Sociale infrastructuur: betekenis en toekomst | Ontwikkelbedrijven.nl

Kennisbank – Ontwikkelbedrijven.nl

Verdieping: sociale infrastructuur

Sociale infrastructuur: betekenis en toekomst

Sociale infrastructuur is het geheel van organisaties, voorzieningen, werkplekken, afspraken en ondersteuning waarmee mensen kunnen deelnemen aan werk en samenleving. Binnen werk en participatie gaat het om de infrastructuur die inwoners ondersteunt richting passend werk, ontwikkeling en participatie.

 

Ontwikkelbedrijven vormen een belangrijke schakel binnen deze infrastructuur. Zij bieden onder meer werkplekken, begeleiding, beschut werk, ontwikkeltrajecten en verbinding met werkgevers.

 

De toekomst van de sociale infrastructuur staat nadrukkelijk in de belangstelling. De afbouw van de Wsw, de ontwikkeling van beschut werk, veranderende doelgroepen binnen de Participatiewet, financiële vraagstukken en veranderingen op de arbeidsmarkt vragen van gemeenten en regio's om opnieuw na te denken over de inrichting van ondersteuning en werk.

 

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt daarom niet alleen om voldoende voorzieningen, maar ook om duidelijke keuzes over doelgroepen, financiering, governance, werkgeverssamenwerking en de rol van ontwikkelbedrijven.

 

Op deze pagina lees je wat sociale infrastructuur betekent, waarom de toekomst ervan actueel is en welke bouwstenen belangrijk zijn voor een toekomstbestendige inrichting.

Wat betekent sociale infrastructuur?

De term sociale infrastructuur wordt gebruikt voor het geheel van voorzieningen en samenwerkingen dat mensen ondersteunt bij participatie, werk, inkomen, ontwikkeling en maatschappelijke deelname.

 

Binnen het domein van ontwikkelbedrijven bestaat sociale infrastructuur bijvoorbeeld uit:

  • gemeenten;
  • sociaal ontwikkelbedrijven;
  • werkgevers;
  • UWV;
  • onderwijsinstellingen;
  • zorg- en welzijnspartijen;
  • jobcoaches;
  • re-integratiepartners;
  • sociale ondernemingen;
  • regionale werkcentra;
  • voorzieningen zoals beschut werk, loonkostensubsidie en begeleiding.

Al deze onderdelen samen bepalen of iemand met een ondersteuningsbehoefte de juiste hulp krijgt, op het juiste moment en op een passende plek.

De toekomst van de sociale infrastructuur

De toekomst van de sociale infrastructuur hangt samen met grote veranderingen binnen werk en participatie. De Wsw-populatie neemt geleidelijk af, terwijl gemeenten verantwoordelijk blijven voor inwoners die ondersteuning nodig hebben bij werk en ontwikkeling.

 

Tegelijkertijd groeit de aandacht voor beschut werk, veranderen doelgroepen en ondersteuningsvragen en staat de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur onder druk.

 

De vraag voor de komende jaren is daarom niet alleen hoe bestaande ontwikkelbedrijven behouden blijven. De bredere vraag is welke infrastructuur gemeenten en regio's nodig hebben om mensen duurzaam te ondersteunen bij werk, ontwikkeling en participatie.

 

Daarbij komen verschillende vraagstukken samen:

  • welke doelgroepen ondersteuning nodig hebben;
  • welke rol ontwikkelbedrijven vervullen;
  • hoe beschut werk wordt georganiseerd;
  • hoe de infrastructuur wordt gefinancierd;
  • hoe gemeenten en uitvoeringsorganisaties samenwerken;
  • hoe werkgevers worden betrokken;
  • hoe resultaten en maatschappelijke waarde worden gemonitord.

De ontwikkeling van de sociale infrastructuur hangt nauw samen met de veranderende positie van ontwikkelbedrijven. Lees hierover meer in het dossier Toekomst van ontwikkelbedrijven.

Waarom toekomstvisie en sturing nodig zijn

Een sociale infrastructuur ontstaat niet vanzelf. Gemeenten moeten bepalen welke doelgroepen ondersteuning nodig hebben, welke rol het ontwikkelbedrijf krijgt en hoe de samenwerking met werkgevers, UWV, onderwijs, zorg en andere partners wordt ingericht.

 

Zonder duidelijke toekomstvisie kan versnippering ontstaan. Dan is onduidelijk welke organisatie waarvoor verantwoordelijk is, welke werkplekken beschikbaar zijn en hoe mensen kunnen doorstromen of terugvallen.

 

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt daarom om heldere keuzes, meerjarige afspraken en zicht op de regionale behoefte. Ontwikkelbedrijven kunnen daarin een centrale uitvoerende en verbindende rol spelen.

 

Toekomstbestendige sociale infrastructuur

De term toekomstbestendige sociale infrastructuur wordt steeds belangrijker. Daarmee wordt bedoeld dat de ondersteuning rond werk en participatie zo is ingericht dat zij ook in de komende jaren blijft werken.

 

Dat is nodig omdat de situatie verandert:

  • de Wsw-doelgroep neemt sneller af dan eerder werd voorzien;
  • de behoefte aan beschut werk groeit;
  • nieuwe doelgroepen hebben vaak complexere ondersteuningsvragen;
  • gemeenten hebben financiële druk;
  • werkgevers hebben personeel nodig;
  • wet- en regelgeving verandert;
  • de arbeidsmarkt verandert;
  • technologie en digitalisering beïnvloeden werksoorten;
  • samenwerking tussen werk, zorg, onderwijs en inkomen wordt belangrijker.

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt daarom om duidelijke keuzes.

Wat is nodig voor een toekomstbestendige sociale infrastructuur?

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur begint met een duidelijke visie. Gemeenten en regio’s moeten bepalen welke ondersteuning zij willen bieden, voor welke doelgroepen en met welke rol voor het ontwikkelbedrijf.

 

Belangrijke bouwstenen zijn:

 

1. Een duidelijke gemeentelijke visie

De gemeente moet bepalen wat zij wil bereiken voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het ontwikkelbedrijf is daarbij geen doel op zich, maar een middel om die visie te realiseren.

 

2. Inzicht in de huidige situatie

Een goede aanpak begint met een foto van de regio: welke doelgroepen zijn er, welke voorzieningen bestaan, welke knelpunten zijn er en welke resultaten worden behaald?

 

3. Heldere rolverdeling

Gemeenten, ontwikkelbedrijven, werkgevers, UWV, onderwijs en zorgpartijen moeten weten wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarbij wordt in verschillende regio’s ook nadrukkelijker gekeken naar verbindingen met arbeidsmatige dagbesteding, Wmo, Jeugdwet, praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en mbo. De sociale infrastructuur raakt daarmee steeds vaker meerdere onderdelen van het sociaal domein en onderwijs.

 

4. Passende financiering

Begeleiding, beschut werk, ontwikkeling en infrastructuur kosten geld. Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt daarom om duidelijke bekostigingsafspraken.

 

5. Sterke werkgeverssamenwerking

Werkgevers zijn niet alleen eindpunt van uitstroom, maar structurele partners in ontwikkeling, werkervaring en duurzame plaatsing.

 

6. Goede monitoring

Niet alleen uitstroomcijfers zijn belangrijk. Ook ontwikkeling, werkbehoud, tevredenheid, samenwerking en maatschappelijke waarde moeten zichtbaar worden gemaakt.

 

7. Ruimte om te leren

Niet alles hoeft direct groots te worden georganiseerd. Pilots, leerkringen en praktijkervaring helpen om te ontdekken wat werkt.

Van inzicht naar toepassing

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt om keuzes over maatschappelijke opdracht, doelgroepen, werksoorten, samenwerking, governance, financiering en bedrijfsvoering.

 

Ontwikkelbedrijven.nl ontwikkelt praktische hulpmiddelen waarmee gemeenten en ontwikkelbedrijven deze vraagstukken systematisch kunnen onderzoeken.

 

Met de gratis Toekomstbestendigheidsscan voor ontwikkelbedrijven kunnen organisaties hun huidige positie beoordelen aan de hand van verschillende dimensies en inzicht krijgen in sterke punten en ontwikkelvraagstukken.

 

Lees meer over de Toekomstbestendigheidsscan voor ontwikkelbedrijven.

Startfoto: eerst weten waar je staat

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur begint met een scherp beeld van de huidige situatie. Welke inwoners hebben ondersteuning nodig? Welke voorzieningen bestaan al? Waar ontstaan wachttijden, overlap of gaten in de dienstverlening? En waar schuurt het tussen beleid, uitvoering en financiering?

 

Zo’n startfoto helpt gemeenten, ontwikkelbedrijven en partners om niet direct in oplossingen te schieten. Eerst moet duidelijk zijn wat de maatschappelijke opgave is en welke ondersteuning inwoners daadwerkelijk nodig hebben.

Gezamenlijke richting en duidelijke keuzes

Na de startfoto volgt de vraag welke richting gemeente en regio willen kiezen. Welke doelgroepen krijgen prioriteit? Welke rol heeft het ontwikkelbedrijf? Wat blijft lokaal, wat wordt regionaal georganiseerd en welke partners zijn nodig?

 

Een sterke sociale infrastructuur vraagt om duidelijke keuzes. Zonder gezamenlijke richting kunnen organisaties langs elkaar heen werken. Met een gedeeld beeld kunnen gemeenten, ontwikkelbedrijven, werkgevers, onderwijs, zorg en UWV beter bepalen wie welke rol vervult.

Sociale infrastructuur als opstap, vangnet en beschutte omgeving

Sociale infrastructuur is nodig voor mensen die niet vanzelf hun weg vinden naar werk. Het gaat om het geheel van organisaties, werkplekken, begeleiding en afspraken waarmee mensen kunnen meedoen naar vermogen.

 

Voor ontwikkelbedrijven wordt deze infrastructuur vaak omschreven in drie functies: opstap, vangnet en beschutte omgeving.

 

Als opstap helpt het ontwikkelbedrijf mensen zich te ontwikkelen richting regulier werk. Als vangnet biedt het ondersteuning wanneer regulier werk tijdelijk niet lukt. Als beschutte omgeving biedt het passend werk aan mensen die structureel veel begeleiding of aanpassing nodig hebben.

Sociale infrastructuur en werk

Werk is voor veel mensen een belangrijke manier om mee te doen. Werk geeft inkomen, structuur, sociale contacten, eigenwaarde en ontwikkelkansen.

 

Maar niet iedereen vindt vanzelf werk. Sommige mensen hebben begeleiding nodig. Anderen hebben een aangepaste werkplek nodig. En weer anderen hebben eerst tijd nodig om werknemersvaardigheden, werkritme of zelfvertrouwen op te bouwen.

 

Sociale infrastructuur rond werk zorgt ervoor dat deze ondersteuning beschikbaar is.

 

Dat kan gaan om:

  • iemand vinden en herkennen die ondersteuning nodig heeft;
  • onderzoeken wat iemand kan en nodig heeft;
  • begeleiding organiseren;
  • een passende werkplek vinden;
  • werk aanpassen aan de mogelijkheden van de persoon;
  • werkgevers ondersteunen;
  • terugval voorkomen;
  • ontwikkeling naar regulier werk mogelijk maken;
  • een beschutte werkplek bieden wanneer dat nodig is.

Zonder sociale infrastructuur vallen mensen sneller tussen wal en schip. Met een sterke sociale infrastructuur ontstaat er juist een route naar werk, ontwikkeling en participatie.

De rol van ontwikkelbedrijven binnen de sociale infrastructuur

Ontwikkelbedrijven zijn praktische uitvoerders binnen de sociale infrastructuur. Zij verbinden beleid met werk, begeleiding en dagelijkse praktijk.

 

Een ontwikkelbedrijf kan meerdere rollen vervullen.

 

1. Werkplek

Ontwikkelbedrijven bieden werkplekken voor mensen die nog niet of niet volledig bij een reguliere werkgever terechtkunnen. Dat kan intern zijn, op locatie bij opdrachtgevers of via detachering.

 

2. Begeleider

Veel mensen hebben begeleiding nodig om goed te kunnen werken. Ontwikkelbedrijven bieden werkbegeleiding, jobcoaching, ontwikkelcoaching en ondersteuning bij werknemersvaardigheden.

 

3. Ontwikkelomgeving

Een ontwikkelbedrijf helpt mensen groeien. Dat kan gaan om werkritme, zelfstandigheid, samenwerken, omgaan met instructies, vakvaardigheden of belastbaarheid.

 

4. Vangnet

Voor sommige mensen is regulier werk tijdelijk of langdurig niet haalbaar. Een ontwikkelbedrijf kan dan een passende en veilige werkplek bieden.

 

5. Springplank

Voor anderen is het ontwikkelbedrijf juist een opstap naar regulier werk. Via begeleiding, detachering, leerwerktrajecten of jobcoaching kan iemand stap voor stap doorgroeien.

 

6. Partner voor werkgevers

Ontwikkelbedrijven helpen werkgevers bij inclusief werkgeverschap, SROI, detachering, werkplekaanpassing en begeleiding.

Sociale infrastructuur na de Participatiewet

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 veranderde de sociale infrastructuur sterk.

 

Voor 2015 hadden veel gemeenten een sociale werkplaats voor mensen met een Wsw-indicatie. Nieuwe instroom in de Wsw is sinds 2015 gesloten. Mensen die al een Wsw-indicatie hadden, behouden hun rechten, maar nieuwe doelgroepen vallen sindsdien onder de Participatiewet.

 

De gedachte achter de Participatiewet was dat meer mensen met ondersteuning bij reguliere werkgevers aan het werk zouden kunnen. Gemeenten kregen meer verantwoordelijkheid om die ondersteuning lokaal te organiseren.

 

Daardoor ontstond meer beleidsvrijheid, maar ook meer variatie. Gemeenten maakten verschillende keuzes over de uitvoering van werk, inkomen, participatie en ondersteuning. Dat heeft geleid tot een landschap waarin ontwikkelbedrijven per regio sterk kunnen verschillen.

Waarom is de sociale infrastructuur versnipperd geraakt?

De sociale infrastructuur is niet overal op dezelfde manier ingericht. Dat komt doordat gemeenten sinds de Participatiewet veel ruimte hebben om zelf keuzes te maken.

 

Sommige gemeenten hebben hun voormalige sociale werkplaats vooral gericht op Wsw en beschut werk. Andere gemeenten hebben het ontwikkelbedrijf breder gemaakt, met taken rond re-integratie, werkgeversdienstverlening, loonkostensubsidie of participatie. Er zijn ook gemeenten waar werk en inkomen organisatorisch zijn samengebracht.

 

Daardoor bestaan er verschillende namen en vormen:

  • sociaal ontwikkelbedrijf;
  • werkontwikkelbedrijf;
  • werkbedrijf;
  • leerwerkbedrijf;
  • participatiebedrijf;
  • sociaal werkbedrijf;
  • sociale dienst met werkbedrijf;
  • gecombineerd bedrijf;
  • regionale uitvoeringsorganisatie.

Deze verschillen kunnen lokaal logisch zijn, maar maken het voor werkgevers, inwoners en verwijzers niet altijd eenvoudig om te begrijpen waar zij terechtkunnen.

Vijf typen ontwikkelbedrijven binnen de sociale infrastructuur

Binnen de sector worden vijf hoofdtypen ontwikkelbedrijven onderscheiden. Deze typen laten zien hoe verschillend de sociale infrastructuur lokaal kan zijn ingericht.

 

1. Klassiek ontwikkelbedrijf

Een klassiek ontwikkelbedrijf voert hoofdzakelijk of alleen nog de Wsw uit. De organisatie richt zich vooral op mensen die vóór 2015 al een Wsw-indicatie hadden.

 

2. Bedrijf voor beschut werk

Een bedrijf voor beschut werk voert naast de Wsw vooral beschut werk uit. Andere re-integratietaken zijn beperkt of niet aanwezig.

 

3. Partieel ontwikkelbedrijf

Een partieel ontwikkelbedrijf voert naast Wsw en beschut werk ook andere re-integratietaken uit. De aard en omvang van die taken verschillen per gemeente of regio.

 

4. Integraal ontwikkelbedrijf

Een integraal ontwikkelbedrijf voert alle werk- en re-integratietaken uit voor de deelnemende gemeente of gemeenten. De uitkeringsverstrekking is dan meestal apart georganiseerd.

 

5. Gecombineerd bedrijf

Een gecombineerd bedrijf brengt werk, re-integratie en inkomen samen in één organisatie. Dit type voert dus ook taken rond inkomensondersteuning uit.

 

Deze indeling maakt duidelijk dat sociale infrastructuur niet één vast model heeft. De inrichting hangt af van gemeentelijke keuzes, regionale samenwerking, doelgroep, financiering en bestuurlijke visie.

De functies van een sterke sociale infrastructuur

Een sterke sociale infrastructuur moet verschillende functies kunnen vervullen. Niet iedere functie hoeft bij één organisatie te liggen, maar ze moeten samen wel beschikbaar zijn.

 

Belangrijke functies zijn:

 

Kandidaten vinden en herkennen

Sommige mensen melden zich niet vanzelf. Een goede sociale infrastructuur helpt om mensen met een ondersteuningsvraag tijdig in beeld te krijgen.

 

Diagnose en intake

Voordat iemand passend ondersteund kan worden, moet duidelijk zijn wat iemand kan, wil en nodig heeft. Denk aan belastbaarheid, loonwaarde, werkervaring, begeleiding en persoonlijke omstandigheden.

 

Ontwikkelen van werknemersvaardigheden

Niet iedereen is direct klaar voor betaald werk. Soms is eerst ontwikkeling nodig op het gebied van werkritme, samenwerken, instructies begrijpen, zelfstandigheid en belastbaarheid.

 

Beschut werk bieden

Voor mensen die structureel veel begeleiding of aanpassing nodig hebben, moet beschut werk beschikbaar zijn.

 

Matchen met werkgevers

Een goede match tussen persoon en werkplek is essentieel. Dat vraagt kennis van de kandidaat én van de werkgever.

 

Begeleiden op de werkplek

Werk vinden is één stap. Werk behouden is minstens zo belangrijk. Begeleiding op de werkplek helpt om uitval te voorkomen.

 

Werkgevers ondersteunen

Werkgevers hebben soms hulp nodig bij werkplekaanpassingen, begeleiding, subsidies, loonwaarde, SROI of inclusief werkgeverschap.

 

Terugval opvangen

Als werken bij een reguliere werkgever tijdelijk niet lukt, moet er een vangnet zijn. Zonder vangnet is de kans groter dat mensen uitvallen en opnieuw afstand tot werk opbouwen.

Sociale infrastructuur als vangnet en springplank

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur heeft twee functies tegelijk.

 

Aan de ene kant is zij een vangnet. Zij biedt bescherming, begeleiding en passende werkplekken aan mensen die anders niet of moeilijk kunnen werken.

 

Aan de andere kant is zij een springplank. Zij helpt mensen zich te ontwikkelen en waar mogelijk door te groeien naar regulier werk.

 

Die combinatie is belangrijk. Als de sociale infrastructuur alleen als vangnet wordt gezien, blijven ontwikkelkansen liggen. Als zij alleen als springplank wordt gezien, raken mensen uit beeld voor wie regulier werk niet haalbaar is.

 

Een goede sociale infrastructuur biedt ruimte voor beide.

Sociale infrastructuur en Simpel Switchen

Een sterke sociale infrastructuur maakt het mogelijk dat mensen kunnen bewegen tussen verschillende vormen van participatie en werk. Dat is precies de gedachte achter Simpel Switchen.

 

Simpel Switchen richt zich op soepele overgangen tussen uitkering, dagbesteding, beschut werk, de Banenafspraak en regulier werk. Daarbij is het belangrijk dat mensen veilig stappen kunnen zetten én veilig terug kunnen als een stap niet lukt.

 

Dit sluit direct aan bij de rol van ontwikkelbedrijven. Zij kunnen werkplekken, begeleiding, ontwikkeltrajecten, detachering en terugvalmogelijkheden organiseren. Daardoor kunnen zij mensen helpen om op het juiste moment op de best passende plek mee te doen.

Samenwerking over domeinen heen

Simpel Switchen vraagt om samenwerking over domeinen heen. Mensen bewegen niet altijd netjes binnen één regeling of één organisatie. Iemand kan bijvoorbeeld starten in dagbesteding, doorgroeien naar beschut werk, daarna via detachering ervaring opdoen en uiteindelijk misschien onder de Banenafspraak bij een reguliere werkgever werken.

 

Om zulke stappen mogelijk te maken, moeten gemeenten, UWV, zorgorganisaties, ontwikkelbedrijven, werkgevers, jobcoaches en andere professionals goed samenwerken. Ook financiële zekerheid, duidelijke verantwoordelijkheden en praktische werkafspraken zijn belangrijk.

 

Sociale infrastructuur is dus niet alleen een verzameling organisaties. Het is vooral de manier waarop die organisaties samen zorgen dat mensen niet vastlopen bij overgangen tussen zorg, participatie en werk.

Sociale infrastructuur en arbeidsmarktinfrastructuur

Sociale infrastructuur en arbeidsmarktinfrastructuur raken elkaar steeds sterker.

 

Sociale infrastructuur gaat over het geheel van organisaties, voorzieningen, werkplekken, begeleiding en afspraken waarmee mensen kunnen meedoen via werk en participatie. Arbeidsmarktinfrastructuur gaat over de regionale samenwerking rond werkzoekenden, werkenden, werkgevers, scholing en personeelsvraagstukken.

 

In de praktijk overlappen deze werelden. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben vaak niet alleen een vacature of sollicitatieadvies nodig, maar ook begeleiding, ontwikkeling, passende werkzaamheden, scholing of een veilige tussenstap richting werk.

 

Daarom zijn ontwikkelbedrijven belangrijk. Zij verbinden de sociale infrastructuur met de arbeidsmarktinfrastructuur. Zij kennen de doelgroep, organiseren passend werk en ondersteunen werkgevers bij inclusief werken.

Werkcentra en ontwikkelbedrijven

Binnen de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur komt in elke arbeidsmarktregio een Werkcentrum. Dit Werkcentrum is bedoeld als herkenbare regionale toegang voor vragen over werk, scholing, ontwikkeling en personeelsvraagstukken.

 

Voor inwoners, werkzoekenden, werkenden en werkgevers moet het eenvoudiger worden om de juiste ondersteuning te vinden. Het Werkcentrum werkt daarbij als toegangspoort tot een netwerk van partijen, zoals gemeenten, UWV, onderwijs, SBB, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en andere regionale partners.

 

Ontwikkelbedrijven kunnen binnen deze regionale samenwerking een belangrijke rol spelen. Zij bieden expertise op het gebied van mensen met een ondersteuningsbehoefte, beschut werk, de Banenafspraak, detachering, begeleiding en werkgeversdienstverlening.

 

Daarmee kunnen ontwikkelbedrijven helpen om arbeidsmarktdienstverlening concreet en uitvoerbaar te maken voor mensen die niet vanzelf hun weg vinden naar regulier werk.

Sociale infrastructuur en beschut werk

Beschut werk is een belangrijk onderdeel van de sociale infrastructuur. Het is bedoeld voor mensen die alleen kunnen werken met structurele begeleiding, aanpassing of een beschutte werkomgeving.

 

Veel beschutte werkplekken worden georganiseerd door ontwikkelbedrijven. Zij hebben ervaring met begeleiding, aangepaste werkzaamheden, werkleiding en veilige werkomgevingen.

 

Tegelijkertijd wordt steeds vaker gekeken naar beschut werk buiten de muren van het ontwikkelbedrijf, bijvoorbeeld bij reguliere werkgevers. Daarbij blijft de ondersteuningsbehoefte van de werknemer leidend.

 

Beschut werk laat goed zien waarom sociale infrastructuur nodig is. Zonder goede samenwerking tussen gemeente, UWV, ontwikkelbedrijf en werkgever komt iemand met een indicatie niet vanzelf op een passende plek terecht.

Sociale infrastructuur en loonkostensubsidie

Loonkostensubsidie is een instrument binnen de Participatiewet. Het wordt ingezet wanneer iemand wel kan werken, maar niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen.

 

De gemeente kan dan het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het wettelijk minimumloon compenseren. Zo wordt het voor werkgevers mogelijker om iemand met verminderde loonwaarde in dienst te nemen.

 

Binnen de sociale infrastructuur is loonkostensubsidie belangrijk, maar niet voldoende op zichzelf. Er is vaak ook begeleiding, matching, werkplekaanpassing en terugvalmogelijkheid nodig.

 

Daarom is de combinatie van financiering, begeleiding en passende werkplekken zo belangrijk.

Sociale infrastructuur en werkgevers

Werkgevers zijn onmisbaar binnen een toekomstbestendige sociale infrastructuur. De Participatiewet gaat uit van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin reguliere werkgevers kansen bieden aan mensen met een ondersteuningsbehoefte.

 

Maar inclusief werkgeverschap vraagt vaak ondersteuning. Werkgevers willen weten:

  • welke werkzaamheden passend zijn;
  • welke begeleiding nodig is;
  • welke risico’s er zijn;
  • welke regelingen bestaan;
  • hoe SROI praktisch kan worden ingevuld;
  • bij wie zij terechtkunnen;
  • wat er gebeurt als plaatsing niet lukt.

Ontwikkelbedrijven kunnen hierin een brugfunctie vervullen. Zij kennen de doelgroep, weten wat werk vraagt en kunnen werkgevers ondersteunen bij begeleiding, detachering, werksoorten en SROI.

Sociale infrastructuur en SROI

SROI staat voor Social Return on Investment. Bij aanbestedingen kan een opdrachtgever eisen dat een opdrachtnemer sociale waarde realiseert. Dat kan bijvoorbeeld door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden.

 

Sociale infrastructuur maakt SROI praktisch uitvoerbaar. Zonder goede partners, werkplekken en begeleiding blijft SROI vaak abstract. Ontwikkelbedrijven kunnen helpen om SROI concreet te maken.

 

Dat kan bijvoorbeeld via:

  • productie- en inpakwerk;
  • groenvoorziening;
  • schoonmaak;
  • logistieke werkzaamheden;
  • montage en assemblage;
  • detachering;
  • leerwerkplekken;
  • begeleiding van kandidaten.

Zo kan SROI bijdragen aan dezelfde maatschappelijke opgave: meer mensen passend laten meedoen via werk.

Sociale infrastructuur en inburgering

Sommige ontwikkelbedrijven zijn ook betrokken bij inburgering, participatie en arbeidsmarktoriëntatie. Dat verschilt per gemeente.

 

De Wet inburgering 2021 legt nadruk op taal, participatie en meedoen in de Nederlandse samenleving, bij voorkeur via betaald werk. Gemeenten hebben hierbij een centrale rol.

 

Omdat ontwikkelbedrijven ervaring hebben met werk, begeleiding, activering en ontwikkeling, kunnen zij een logische rol spelen bij:

  • arbeidsmarktoriëntatie;
  • taal in combinatie met werk;
  • participatieactiviteiten;
  • werkervaring;
  • activering;
  • begeleiding richting betaald werk.

Dit laat zien dat sociale infrastructuur breder kan zijn dan alleen Wsw, beschut werk of loonkostensubsidie. In sommige regio’s ligt er een verbinding met inburgering, onderwijs, zorg en welzijn.

Impulsbudget sociale infrastructuur

Om gemeenten en ontwikkelbedrijven te ondersteunen bij deze transformatie zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Het impulsbudget is bedoeld om de sociale infrastructuur toekomstbestendiger te maken.

 

Gemeenten en ontwikkelbedrijven kunnen deze middelen gebruiken voor bijvoorbeeld:

  • verbetering van bedrijfsvoering;
  • ontwikkeling van nieuwe werksoorten;
  • versterking van beschut werk;
  • betere doorstroom naar regulier werk;
  • betere samenwerking met werkgevers;
  • verbetering van bekostigingsafspraken;
  • versterking van regionale samenwerking;
  • professionalisering van begeleiding;
  • datagedreven monitoring.

Het impulsbudget onderstreept dat sociale infrastructuur niet vanzelf blijft bestaan. Zij moet worden onderhouden, vernieuwd en aangepast aan de veranderende werkelijkheid.

De rol van Ontwikkelbedrijven.nl

Ontwikkelbedrijven.nl maakt de sociale infrastructuur beter vindbaar en begrijpelijk.

 

Door de Participatiewet, gemeentelijke beleidsvrijheid en verschillende organisatiemodellen is het landschap van ontwikkelbedrijven complex geworden. Werkgevers, opdrachtnemers, inwoners en verwijzers weten niet altijd welk ontwikkelbedrijf actief is in welke gemeente of regio.

 

Ontwikkelbedrijven.nl helpt door:

  • ontwikkelbedrijven per provincie en gemeente overzichtelijk te maken;
  • uitleg te geven over ontwikkelbedrijven, sociale werkplaatsen en sociale infrastructuur;
  • informatie te bieden over beschut werk, loonkostensubsidie, SROI en Participatiewet;
  • de verbinding te leggen tussen beleid en praktijk;
  • werkgevers en opdrachtnemers te helpen bij het vinden van de juiste ingang;
  • samenwerking en offerte-indicatie laagdrempeliger te maken.

Het platform vervangt geen gemeenten, ontwikkelbedrijven, Cedris, VNG, Divosa of andere sectorpartijen. Het biedt een aanvullende digitale toegangslaag om de bestaande sociale infrastructuur beter zichtbaar, begrijpelijk en bruikbaar te maken.

Conclusie

Sociale infrastructuur is alles wat nodig is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt passend te ondersteunen richting werk, ontwikkeling en participatie.

 

Ontwikkelbedrijven zijn daarin een belangrijke schakel. Zij bieden werkplekken, begeleiding, beschut werk, ontwikkeltrajecten, detachering en ondersteuning richting regulier werk.

 

Sinds de invoering van de Participatiewet is deze infrastructuur veranderd. Gemeenten kregen meer verantwoordelijkheid, de Wsw werd gesloten voor nieuwe instroom en ontwikkelbedrijven kregen verschillende rollen per regio. Daardoor is het landschap minder uniform geworden.

 

Juist daarom is het belangrijk om sociale infrastructuur begrijpelijk en toegankelijk te maken.

 

Een sterke sociale infrastructuur zorgt ervoor dat mensen niet uit beeld raken, werkgevers beter worden ondersteund en gemeenten passende routes kunnen organiseren voor inwoners die extra hulp nodig hebben.

 

Ontwikkelbedrijven.nl draagt daaraan bij door ontwikkelbedrijven en hun rol binnen deze infrastructuur beter vindbaar, begrijpelijk en toegankelijk te maken.

Zoekt u een ontwikkelbedrijf voor samenwerking, uitvoering of SROI-invulling?

Wilt u weten welk ontwikkelbedrijf actief is in uw gemeente, of zoekt u een praktische invulling voor SROI of samenwerking? Bekijk het overzicht per gemeente of vraag vrijblijvend een eerste offerte-indicatie aan.

Veel gestelde vragen

Wat betekent sociale infrastructuur?

Sociale infrastructuur is het geheel van organisaties, voorzieningen, werkplekken, afspraken en ondersteuning dat nodig is om mensen te helpen meedoen in de samenleving. Binnen werk en participatie gaat het vooral om ondersteuning richting passend werk, ontwikkeling en participatie.

 

Wat is de toekomst van de sociale infrastructuur?

De toekomst van de sociale infrastructuur draait om de vraag hoe gemeenten en regio's ondersteuning bij werk, ontwikkeling en participatie duurzaam organiseren. Door de afbouw van de Wsw, de ontwikkeling van beschut werk, veranderende doelgroepen en financiële druk zijn nieuwe keuzes nodig over financiering, samenwerking, werkgeversdienstverlening en de rol van ontwikkelbedrijven.

 

Wat is een startfoto van de sociale infrastructuur?

Een startfoto is een gezamenlijk beeld van de huidige situatie. Gemeenten, ontwikkelbedrijven en partners brengen in kaart welke doelgroepen er zijn, welke ondersteuning beschikbaar is, waar overlap of gaten zitten en welke keuzes nodig zijn voor de toekomst.

 

Waarom is een gezamenlijke richting belangrijk?

Een gezamenlijke richting voorkomt dat organisaties langs elkaar heen werken. Het helpt om duidelijk te maken welke rol het ontwikkelbedrijf heeft, welke doelgroepen worden ondersteund en hoe gemeenten, werkgevers en andere partners samenwerken.

 

Wat heeft sociale infrastructuur met ontwikkelbedrijven te maken?
Ontwikkelbedrijven zijn een belangrijke schakel binnen de sociale infrastructuur. Zij bieden werkplekken, begeleiding, beschut werk, ontwikkeltrajecten, detachering en ondersteuning richting regulier werk.

 

Is sociale infrastructuur hetzelfde als een ontwikkelbedrijf?

Nee. Een ontwikkelbedrijf is één onderdeel van de sociale infrastructuur. De sociale infrastructuur bestaat daarnaast ook uit gemeenten, werkgevers, UWV, onderwijs, zorgpartijen, re-integratiepartners, jobcoaches en andere voorzieningen.

 

Waarom is sociale infrastructuur belangrijk?

Sociale infrastructuur is belangrijk omdat niet iedereen zelfstandig werk vindt of behoudt. Sommige mensen hebben begeleiding, aanpassing, beschut werk of een ontwikkeltraject nodig. Zonder goede infrastructuur kunnen mensen uit beeld raken.

 

Wat veranderde er door de Participatiewet?

Sinds de Participatiewet zijn gemeenten verantwoordelijker geworden voor werk, participatie en ondersteuning. De Wsw is gesloten voor nieuwe instroom. Daardoor zijn gemeenten en ontwikkelbedrijven zich verschillend gaan organiseren.

 

Waarom verschillen ontwikkelbedrijven per gemeente?

Gemeenten maken eigen keuzes over de inrichting van werk, inkomen en participatie. Daardoor verschillen ontwikkelbedrijven in naam, taak, doelgroep en organisatievorm.

 

Waarom is sociale infrastructuur belangrijk voor ontwikkelbedrijven?

Sociale infrastructuur is belangrijk omdat ontwikkelbedrijven werkplekken, begeleiding en ontwikkelroutes bieden voor mensen die niet vanzelf aan het werk komen. Zonder deze infrastructuur kunnen mensen sneller tussen wal en schip vallen.

 

Wat betekent opstap, vangnet en beschutte omgeving?

Een ontwikkelbedrijf kan een opstap zijn naar regulier werk, een vangnet wanneer regulier werk niet lukt en een beschutte omgeving voor mensen die structureel veel begeleiding nodig hebben.

 

Wat is toekomstbestendige sociale infrastructuur?

Toekomstbestendige sociale infrastructuur betekent dat de ondersteuning rond werk en participatie zo is ingericht dat zij ook in de toekomst blijft werken. Dat vraagt om duidelijke keuzes, passende financiering, goede samenwerking en aandacht voor de behoeften van inwoners.

 

Wat is de rol van werkgevers in sociale infrastructuur?

Werkgevers bieden werkplekken, opdrachten en ontwikkelkansen. Zij zijn belangrijk voor doorstroom naar regulier werk, detachering, SROI en inclusief werkgeverschap.

 

Wat is het impulsbudget sociale infrastructuur?

Het impulsbudget is bedoeld om gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven te ondersteunen bij het versterken en toekomstbestendig maken van de sociale infrastructuur.

 

Wat is het verschil tussen sociale infrastructuur en arbeidsmarktinfrastructuur?

Sociale infrastructuur gaat over de voorzieningen, begeleiding en werkplekken waarmee mensen kunnen meedoen via werk en participatie. Arbeidsmarktinfrastructuur gaat over de regionale samenwerking rond werkzoekenden, werkenden, werkgevers, scholing en personeelsvraagstukken. In de praktijk raken beide begrippen elkaar sterk.

 

Wat is een Werkcentrum?

Een Werkcentrum is een regionale toegang voor vragen over werk, scholing, ontwikkeling en personeel. In het Werkcentrum werken publieke en private partijen samen om werkzoekenden, werkenden en werkgevers naar passende dienstverlening te begeleiden.

 

Hoe vind ik het ontwikkelbedrijf in mijn gemeente?

Via Ontwikkelbedrijven.nl kunt u zoeken per provincie, gemeente of organisatie. Zo ziet u welk ontwikkelbedrijf actief is in uw regio.

 

Disclaimer:

Ontwikkelbedrijven bepalen zelfstandig hun dienstverlening, tarieven en voorwaarden.
Ontwikkelbedrijven.nl biedt een landelijk overzicht en ondersteunende hulpmiddelen.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.