Kennisbank – Ontwikkelbedrijven.nl

Verdieping: Financiering en kostprijzen van ontwikkelbedrijven

Financiering en kostprijzen van ontwikkelbedrijven

Ontwikkelbedrijven hebben een maatschappelijke opdracht én een bedrijfsmatige werkelijkheid. Zij bieden werk, begeleiding en ontwikkeling aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moeten zij voldoende inkomsten hebben om die infrastructuur in stand te houden.

 

Daarom zijn financiering en kostprijzen belangrijke onderwerpen binnen de sector. Een ontwikkelbedrijf moet kunnen uitleggen wat een werkplek, dienst, detachering of productieopdracht werkelijk kost. Alleen dan kunnen gemeenten, opdrachtgevers en ontwikkelbedrijven goede afspraken maken.

 

De discussie over reële tarieven wordt steeds belangrijker. Te lage tarieven kunnen op korte termijn aantrekkelijk lijken voor opdrachtgevers, maar zetten op langere termijn de financiële houdbaarheid van ontwikkelbedrijven onder druk. Daarmee komt uiteindelijk ook de beschikbaarheid van passende werkplekken voor kwetsbare doelgroepen, zoals beschut werk en banenafspraak, onder druk te staan.

Waarom zijn financiering en kostprijzen belangrijk?

Ontwikkelbedrijven voeren werk uit voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben. Dat vraagt meer dan alleen een reguliere werkplek.

 

Er zijn kosten voor:

  • loon;
  • begeleiding;
  • werkleiding;
  • jobcoaching;
  • huisvesting;
  • machines en materialen;
  • ICT;
  • administratie;
  • werkgeversdienstverlening;
  • management en ondersteuning;
  • ontwikkeling van medewerkers;
  • acquisitie van passend werk;
  • samenwerking met gemeenten en werkgevers.

Een reguliere opdrachtgever ziet vaak vooral het werk dat wordt uitgevoerd. Maar achter dat werk zit een bredere infrastructuur. Die infrastructuur is nodig om mensen passend, veilig en duurzaam te laten werken.

 

Daarom is het belangrijk dat tarieven niet alleen worden gebaseerd op een laag uurtarief, maar op een reële inschatting van alle kosten die nodig zijn om het werk goed te organiseren.

Wat is een kostprijs?

De kostprijs is het bedrag dat nodig is om een product, dienst of werkplek te kunnen leveren. Bij ontwikkelbedrijven gaat het meestal om meer dan alleen de directe loonkosten.

 

Een kostprijs kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • loonkosten van de medewerker;
  • vermindering door loonkostensubsidie;
  • werkgeverslasten;
  • begeleiding;
  • indirect personeel;
  • werkleiding;
  • overhead;
  • huisvestingskosten;
  • ICT-kosten;
  • materialen;
  • algemene kosten;
  • risico-opslag;
  • ruimte voor innovatie of ontwikkeling.

Bij ontwikkelbedrijven is kostprijsberekening complexer dan bij reguliere bedrijven, omdat de maatschappelijke opdracht onderdeel is van de bedrijfsvoering.

 

Een ontwikkelbedrijf moet niet alleen werk leveren, maar ook begeleiding, ontwikkeling en ondersteuning organiseren.

Wat is een integrale kostprijs?

Een integrale kostprijs neemt alle relevante kosten mee die nodig zijn om een dienst, werkplek of opdracht uit te voeren.

 

Dat betekent dat niet alleen wordt gekeken naar directe loonkosten of directe begeleiding, maar ook naar kosten die minder zichtbaar zijn. Denk aan HR, administratie, ICT, management, huisvesting, werkleiding, acquisitie en algemene bedrijfskosten.

 

Bij ontwikkelbedrijven is dit belangrijk, omdat veel kosten noodzakelijk zijn om de doelgroep goed te ondersteunen, ook als die kosten niet direct zichtbaar zijn voor de opdrachtgever.

 

Een integrale kostprijs geeft dus een vollediger beeld dan een beperkt tarief dat alleen uitgaat van directe arbeid.

Waarom is een integrale kostprijs belangrijk?

Een integrale kostprijs helpt om eerlijk en transparant te bepalen wat werk werkelijk kost.

 

Zonder integrale kostprijs bestaat het risico dat belangrijke kosten buiten beeld blijven. Dan lijkt een tarief laag, maar worden de kosten uiteindelijk ergens anders betaald. Vaak komt dat tekort uiteindelijk bij de gemeente terecht, omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de continuïteit van ontwikkelbedrijven en de sociale infrastructuur.

 

Een integrale kostprijs helpt daarom bij:

  • transparante tariefvorming;
  • eerlijke vergelijking tussen opdrachten;
  • betere afspraken met gemeenten;
  • betere afspraken met opdrachtgevers;
  • financieel gezonde bedrijfsvoering;
  • voorkomen van structurele tekorten;
  • behoud van passende werkplekken;
  • onderbouwing van SROI-invulling;
  • strategische keuzes over werksoorten.

Voor ontwikkelbedrijven is inzicht in de integrale kostprijs dus geen administratieve luxe, maar een voorwaarde voor toekomstbestendigheid.

Wat is een reëel tarief?

Een reëel tarief is een tarief dat recht doet aan de werkelijke kosten van het werk én aan de maatschappelijke opdracht van het ontwikkelbedrijf.

 

Een reëel tarief dekt minimaal de integrale kostprijs. Daarbovenop kan een opslag nodig zijn voor risico, continuïteit en innovatie.

 

Een reëel tarief houdt rekening met:

  • de loonwaarde van de medewerker;
  • loonkostensubsidie;
  • werkgeverslasten;
  • begeleiding;
  • productieve uren;
  • overhead;
  • huisvesting;
  • materialen;
  • werksoort;
  • risico’s;
  • noodzakelijke innovatie;
  • continuïteit van de werkinfrastructuur.

Een reëel tarief betekent niet dat elk ontwikkelbedrijf exact hetzelfde tarief moet rekenen. De kosten kunnen per regio, werksoort, doelgroep en organisatie verschillen. Maar het uitgangspunt is dat tarieven niet structureel onder de werkelijke kosten zouden moeten liggen.

Kostprijs, tarief en marktprijs

Bij ontwikkelbedrijven worden de begrippen kostprijs, tarief en marktprijs soms door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze niet hetzelfde.

 

Kostprijs

De kostprijs is wat het ontwikkelbedrijf werkelijk kwijt is om het werk uit te voeren.

 

Tarief
Het tarief is het bedrag dat aan de opdrachtgever in rekening wordt gebracht.

 

Marktprijs

De marktprijs is wat in de markt gebruikelijk, haalbaar of concurrerend is.

 

Een tarief kan hoger of lager zijn dan de kostprijs. Wanneer een tarief lager is dan de kostprijs, ontstaat een tekort. Dat tekort moet ergens worden opgevangen.

 

Voor ontwikkelbedrijven is de uitdaging om tarieven te hanteren die maatschappelijk uitlegbaar, bedrijfsmatig verantwoord en voor opdrachtgevers acceptabel zijn.

Wat maakt kostprijzen bij ontwikkelbedrijven complex?

Kostprijzen bij ontwikkelbedrijven zijn complex omdat ontwikkelbedrijven niet alleen reguliere productie- of dienstverleningsorganisaties zijn.

 

Zij combineren meerdere doelen:

  • passend werk bieden;
  • mensen begeleiden;
  • ontwikkeling mogelijk maken;
  • beschut werk uitvoeren;
  • doorstroom naar regulier werk stimuleren;
  • opdrachten uitvoeren voor klanten;
  • financieel verantwoord werken;
  • sociale infrastructuur in stand houden.

Daardoor spelen factoren mee die bij reguliere bedrijven minder zichtbaar zijn.

 

Denk aan:

  • lagere loonwaarde;
  • hogere begeleidingsbehoefte;
  • aangepaste werkprocessen;
  • meer werkleiding;
  • lagere productieve uren;
  • extra ondersteuning;
  • wisselende belastbaarheid;
  • maatschappelijke doelstellingen;
  • gemeentelijke afspraken;
  • sociale waarde.

De kostprijs van een ontwikkelbedrijf is dus niet alleen een economische berekening, maar ook een vertaling van de maatschappelijke opdracht.

Werkgeverslasten

Naast loon zijn er werkgeverslasten. Dit zijn kosten die de werkgever maakt bovenop het brutoloon.

 

Denk aan:

  • sociale premies;
  • vakantiegeld;
  • pensioenlasten;
  • verzekeringen;
  • verzuimkosten;
  • arbokosten;
  • cao-gerelateerde lasten.

Bij ontwikkelbedrijven kunnen deze kosten sterk meewegen in de kostprijs. Zeker wanneer medewerkers onder specifieke cao’s vallen of wanneer er sprake is van hogere begeleidings- en verzuimrisico’s.

 

Een tarief dat alleen kijkt naar het uurloon, geeft daarom geen volledig beeld.

Begeleidingskosten

Begeleiding is één van de belangrijkste kostencomponenten bij ontwikkelbedrijven.

 

Veel medewerkers hebben ondersteuning nodig om het werk goed uit te voeren en vol te houden. Die begeleiding kan bestaan uit:

  • werkleiding;
  • jobcoaching;
  • meewerkend voorman;
  • ontwikkelcoaching;
  • instructie;
  • toezicht;
  • begeleiding bij gedrag of communicatie;
  • ondersteuning bij werkritme;
  • begeleiding bij terugval;
  • contact met opdrachtgevers en werkgevers.

Begeleiding is niet optioneel. Zonder begeleiding is het werk voor veel mensen niet duurzaam uitvoerbaar.

 

Daarom hoort begeleiding in een reële kostprijs zichtbaar te zijn.

Overhead en indirecte kosten

Overhead wordt soms gezien als iets wat niet direct met de opdracht te maken heeft. Toch is overhead noodzakelijk om een ontwikkelbedrijf goed te laten functioneren.

 

Indirecte kosten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:

  • HR;
  • financiële administratie;
  • planning;
  • ICT;
  • management;
  • kwaliteitszorg;
  • contractbeheer;
  • arbo en veiligheid;
  • communicatie;
  • ondersteuning van werkleiders;
  • acquisitie en accountmanagement;
  • bestuur en toezicht.

Deze kosten zijn misschien niet altijd zichtbaar voor de opdrachtgever, maar ze zijn wel nodig om werk professioneel, veilig en duurzaam te organiseren.

 

Wanneer overhead structureel niet wordt meegenomen in tarieven, ontstaat het risico dat de organisatie op lange termijn financieel verzwakt.

Huisvestingskosten en productiefaciliteiten

Veel ontwikkelbedrijven beschikken over productiehallen, werkplaatsen, magazijnen, kantoren of andere faciliteiten.

 

Deze huisvesting kost geld. Denk aan:

  • huur of afschrijving;
  • onderhoud;
  • energie;
  • inrichting;
  • machines;
  • werkplekaanpassingen;
  • veiligheid;
  • schoonmaak;
  • opslag;
  • logistiek.

Bij intern productiewerk is het logisch dat huisvestingskosten onderdeel zijn van de kostprijs. Bij detachering of dienstverlening op locatie kan daar verschillend over worden gedacht.

 

Sommige ontwikkelbedrijven rekenen huisvestingskosten ook door bij extern werk, omdat de totale organisatie-infrastructuur beschikbaar moet blijven. Andere bedrijven rekenen deze kosten alleen toe aan intern werk.

 

Deze keuzes hebben grote invloed op de kostprijs en op de onderlinge vergelijkbaarheid van tarieven.

Productieve uren

Niet alle contracturen zijn productieve uren.

 

Een medewerker heeft bijvoorbeeld ook:

  • vakantie;
  • ziekteverzuim;
  • pauzes;
  • opleiding;
  • overleg;
  • begeleiding;
  • instructiemomenten;
  • niet-productieve tijd;
  • opstarttijd;
  • wisseling van werkzaamheden.

Daarom rekenen ontwikkelbedrijven vaak met een aantal productieve uren per jaar. Hoe lager het aantal productieve uren, hoe hoger de kostprijs per productief uur.

 

Verschillen in aannames over productieve uren kunnen tot grote verschillen leiden in berekende tarieven.

Interne productie, detachering en diensten

De kostprijs verschilt per werksoort.

 

Interne productie

Bij interne productie werken medewerkers binnen de locatie van het ontwikkelbedrijf. Denk aan inpakwerk, montage, assemblage, textiel, logistiek of eenvoudige productie.

 

Hier spelen kosten mee zoals:

  • productiehal;
  • machines;
  • werkleiding;
  • materialen;
  • planning;
  • voorraad;
  • logistiek;
  • kwaliteitscontrole.

Detachering

Bij detachering werkt een medewerker bij een externe opdrachtgever. Dat kan individueel of in groepsverband.

 

Hier spelen kosten mee zoals:

  • loon;
  • begeleiding;
  • accountmanagement;
  • verzuimrisico;
  • vervoer;
  • werkbegeleiding;
  • administratieve afhandeling.

Diensten

Bij diensten voert het ontwikkelbedrijf werkzaamheden uit zoals groenvoorziening, schoonmaak, catering, post, facilitair of logistiek.

 

Hier spelen naast arbeid ook planning, materiaal, vervoer, aansturing en kwaliteitsbewaking een rol.

 

Elke werksoort vraagt dus om een eigen kostprijsbenadering.

Waarom zijn te lage tarieven problematisch?

Te lage tarieven kunnen op korte termijn aantrekkelijk zijn voor opdrachtgevers. Maar op lange termijn zijn ze problematisch.

 

Wanneer tarieven structureel onder de kostprijs liggen:

  • ontstaat een tekort bij het ontwikkelbedrijf;
  • moet de gemeente mogelijk bijpassen;
  • wordt de waarde van het werk onderschat;
  • ontstaat oneerlijke concurrentie tussen ontwikkelbedrijven;
  • wordt de financiële positie van de sector zwakker;
  • komt de continuïteit van werkplekken onder druk;
  • wordt investeren in innovatie moeilijker;
  • ontstaat druk op begeleiding en kwaliteit.

Een laag tarief is dus niet altijd maatschappelijk voordelig. Als de echte kosten niet door de opdrachtgever worden betaald, komen ze uiteindelijk vaak alsnog bij publieke middelen terecht.

Eerlijke prijs

Een eerlijke prijs is een prijs die recht doet aan de werkelijke kosten en aan de waarde van het werk.

 

Voor ontwikkelbedrijven betekent dit dat de opdrachtgever niet alleen betaalt voor het eindproduct of de dienst, maar ook begrijpt dat begeleiding, aanpassing en sociale infrastructuur onderdeel zijn van de uitvoering.

 

Een eerlijke prijs voorkomt dat opdrachtgevers financieel voordeel halen uit het feit dat werk wordt uitgevoerd door mensen met een arbeidsbeperking of ondersteuningsbehoefte.

 

De sociale waarde van het werk mag niet leiden tot onderwaardering van het tarief. Juist omdat het werk maatschappelijke waarde heeft, moet het ook bedrijfsmatig serieus worden genomen.

Kostendekkend werken en maatschappelijke waarde

Ontwikkelbedrijven bestaan niet om winst te maximaliseren. Maar zij moeten wel financieel gezond kunnen werken.

 

Kostendekkend werken betekent niet dat de maatschappelijke opdracht verdwijnt. Het betekent juist dat die opdracht duurzaam kan worden uitgevoerd.

 

Een ontwikkelbedrijf dat structureel verlies maakt op opdrachten, kan uiteindelijk minder investeren in:

  • begeleiding;
  • ontwikkeling;
  • werksoorten;
  • kwaliteit;
  • werkgeversdienstverlening;
  • innovatie;
  • passende werkplekken;
  • doorstroom naar regulier werk.

Financiële gezondheid is dus geen doel op zichzelf, maar een voorwaarde om maatschappelijke waarde te blijven leveren.

Gemeentelijke financiering

Gemeenten spelen een centrale rol in de financiering van ontwikkelbedrijven.

 

Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, beschut werk, loonkostensubsidie en ondersteuning richting werk. Ook zijn gemeenten vaak eigenaar, opdrachtgever of deelnemer in een gemeenschappelijke regeling rond het ontwikkelbedrijf.

 

De financiering kan bestaan uit verschillende onderdelen, zoals:

  • rijksmiddelen voor Participatiewet;
  • middelen voor Wsw;
  • middelen voor beschut werk;
  • loonkostensubsidie;
  • begeleidingsmiddelen;
  • gemeentelijke bijdragen;
  • bekostigingsafspraken;
  • opbrengsten uit opdrachten;
  • omzet uit dienstverlening;
  • SROI-opdrachten;
  • detacheringstarieven.

Omdat deze geldstromen verschillend zijn, is het belangrijk dat gemeenten en ontwikkelbedrijven duidelijke afspraken maken.

Financiële druk verschilt sterk per doelgroep

De financiële positie van ontwikkelbedrijven wordt beïnvloed door de afbouw van de Wsw, groei van nieuwe doelgroepen onder de Participatiewet en verschillen in financiering tussen doelgroepen.

 

De Cedris Sectorinformatie 2025 laat zien dat het gezamenlijke financiële tekort van de sector sterk is afgenomen. Het berekende tekort verbeterde van ongeveer € 140 miljoen in 2024 naar € 50,5 miljoen in 2025. Daarbij verbeterde ook het operationele resultaat en namen de bijdragen van Rijk en gemeenten toe.

 

Achter dat gemiddelde zitten echter grote verschillen.

 

Bij de Wsw verbeterde het gemiddelde financiële resultaat van € 1.337 negatief per fte in 2024 naar € 438 positief per fte in 2025. Bij LKS-beschut daalde het gemiddelde tekort van € 3.971 naar € 471 per fte.

 

Bij LKS-bij blijft daarentegen een groot financieel verschil bestaan. Dit betreft medewerkers uit de banenafspraak die in dienst zijn van een ontwikkelbedrijf of vanuit het ontwikkelbedrijf worden gedetacheerd. Voor deze doelgroep bedraagt het gemiddelde tekort in de Sectorinformatie 2025 ongeveer € 11.706 per fte.

 

De cijfers laten daarmee zien dat niet kan worden gesproken over één financieel probleem voor alle ontwikkelbedrijven of doelgroepen. De mate waarin financiering aansluit op begeleiding, ontwikkeling en bedrijfsvoering verschilt sterk per doelgroep.

Impulsbudget, Rijksbijdrage en bekostigingsafspraken

Voor de versterking van de sociale infrastructuur zijn verschillende landelijke financieringsstromen beschikbaar. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen structurele financiering en tijdelijke middelen voor transitie.

 

In 2025 stelde het Rijk € 19,8 miljoen structurele Rijksbijdrage sociale infrastructuur beschikbaar. Deze bijdrage is gekoppeld aan een landelijke doelstelling van 5.000 werk- en ontwikkelplekken voor mensen uit de doelgroep banenafspraak die nog niet rechtstreeks bij een reguliere werkgever aan het werk kunnen. Voor 2025 bedraagt de bijdrage € 3.634 per plek. De regeling groeit de komende jaren verder; vanaf 2035 is structureel € 34,7 miljoen beschikbaar voor 10.000 plekken.

 

Daarnaast bestaat het Impulsbudget sociale infrastructuur. Dit is tijdelijke financiering voor de periode 2025 tot en met 2034, bedoeld om de transitie naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur te ondersteunen. In 2025 bedraagt dit budget € 35 miljoen. Het jaarlijkse bedrag loopt geleidelijk terug tot € 19,8 miljoen in 2034. Voor de gehele periode is ongeveer € 289,7 miljoen gereserveerd.

 

Het impulsbudget is bedoeld voor bijvoorbeeld organisatorische vernieuwing, verbetering van bedrijfsvoering, versterking van de ontwikkel- en doorstroomfunctie en duurzame werkplekken. Het is daarmee een transitiemiddel en geen structurele oplossing voor bestaande exploitatietekorten.

 

Gemeenten en ontwikkelbedrijven blijven daarom afspraken nodig hebben over taken, doelgroepen, prestaties, risico’s, kosten en opbrengsten. Een toekomstbestendige infrastructuur vraagt om tijdelijke ruimte voor verandering én om structurele bekostiging van de dienstverlening.

Scenario’s als stuurinstrument

Financiële keuzes rond ontwikkelbedrijven vragen om scenario’s. Wat gebeurt er als de Wsw-uitstroom doorzet zonder nieuwe instroom? Wat gebeurt er als de regio inzet op meer beschut werk, meer detachering, meer loonkostensubsidie of een bredere samenwerking met de sociale dienst?

 

Door scenario’s naast elkaar te zetten, ontstaat inzicht in kosten, opbrengsten, risico’s en maatschappelijke effecten. Dat helpt gemeenten en ontwikkelbedrijven om keuzes te maken die niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk verantwoord zijn.

Maatschappelijke kosten en baten van werk

Bij ontwikkelbedrijven vallen kosten en maatschappelijke baten niet altijd op dezelfde plek. De kosten voor begeleiding, werkleiding, ontwikkeling en infrastructuur liggen vaak bij het ontwikkelbedrijf of de gemeente. De maatschappelijke opbrengsten kunnen juist breder terechtkomen, bijvoorbeeld bij het Rijk, zorgverzekeraars of andere onderdelen van het sociaal domein.

 

Onderzoeken naar werk binnen de sociale infrastructuur laten zien dat passend werk maatschappelijke waarde kan opleveren door onder meer minder gebruik van geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning, minder criminaliteit en een hogere kwaliteit van leven.

 

In de voortgangsbrief over sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk van juli 2026 worden de geschatte brede maatschappelijke baten van werk binnen de sociale infrastructuur samengevat op ongeveer € 2.000 tot € 5.000 per persoon per jaar. Daarbij zijn besparingen op de bijstandsuitkering en immateriële effecten, zoals sociale contacten, levensgeluk en zelfrespect, nog niet volledig meegenomen.

 

Een belangrijk aandachtspunt is dat deze maatschappelijke baten niet automatisch terechtkomen bij de partij die de investering doet. Een gemeente kan bijvoorbeeld investeren in werk en begeleiding, terwijl een deel van de baten terechtkomt bij het Rijk of een zorgverzekeraar.

 

Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan de exploitatie van het ontwikkelbedrijf alleen. Een toekomstbestendige financiering vraagt om inzicht in de integrale kostprijs én in de maatschappelijke waarde van passende werkplekken, begeleiding en ontwikkeling.

 

De bedragen van € 2.000 tot € 5.000 zijn daarbij geen vaste financiële opbrengst die een gemeente of ontwikkelbedrijf automatisch kan inboeken. De daadwerkelijke maatschappelijke effecten verschillen per doelgroep, situatie en gekozen dienstverlening.

 

De Kamerbrief van juli 2026 vat verschillende onderzoeken samen en noemt deze bandbreedte expliciet.

Basisdienstverlening van ontwikkelbedrijven

In de beleidsontwikkeling wordt vaak gesproken over basisdienstverlening van sociaal ontwikkelbedrijven.

 

Daarmee wordt meestal bedoeld: de werkinfrastructuur die nodig is voor doelgroepen zoals:

  • Wsw-medewerkers;
  • mensen met een indicatie beschut werk;
  • mensen uit de doelgroep banenafspraak voor wie regulier werk nog niet lukt;
  • mensen die een opstap- of vangnetbaan nodig hebben.

Deze basisdienstverlening moet beschikbaar blijven als onderdeel van de sociale infrastructuur.

 

Voor de bekostiging daarvan is inzicht nodig in:

  • aantal medewerkers;
  • doelgroepen;
  • werksoorten;
  • loonkosten;
  • bedrijfskosten;
  • bedrijfsopbrengsten;
  • integrale kostprijs;
  • kwaliteit;
  • doorstroom;
  • medewerkerstevredenheid.

Een goede bekostiging kijkt dus niet alleen naar geld, maar ook naar maatschappelijke resultaten.

Bekostigingsafspraken tussen gemeenten en ontwikkelbedrijven

Gemeenten en ontwikkelbedrijven moeten afspraken maken over de bekostiging van de dienstverlening.

Daarbij kunnen verschillende methodieken worden gebruikt.

 

PxQ

Bij PxQ wordt gewerkt met een prijs maal hoeveelheid. Bijvoorbeeld een bedrag per fte, per traject of per plek.

 

Nacalculatie

Bij nacalculatie worden kosten achteraf verrekend op basis van werkelijke kosten.

 

Lumpsum

Bij lumpsum wordt vooraf een totaalbedrag afgesproken voor een bepaalde opdracht of dienstverlening.

 

Bekostiging op basis van rijksmiddelen

Soms wordt aangesloten bij middelen die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen. Hier kan bijvoorbeeld gerbuik gemaakt worden van de Berenschot rekentool.

 

Welke methode passend is, hangt af van de lokale situatie, de rol van het ontwikkelbedrijf, de gewenste sturing en de financiële risicoverdeling.

 

Belangrijk is vooral dat de systematiek consistent, transparant en toekomstbestendig is.

Netto toegevoegde waarde

Een belangrijk begrip bij ontwikkelbedrijven is netto toegevoegde waarde.

 

Daarmee wordt bedoeld welke opbrengst de werkzaamheden van medewerkers opleveren, na aftrek van directe kosten die nodig zijn om het werk uit te voeren.

 

Bij ontwikkelbedrijven is de netto toegevoegde waarde vaak lager dan bij reguliere bedrijven, omdat medewerkers een lagere loonwaarde kunnen hebben, meer begeleiding nodig hebben of minder productieve uren maken.

 

Toch is die opbrengst belangrijk. Zij helpt om de kosten van de werkinfrastructuur te verlagen.

 

Bij kostprijsberekening wordt daarom gekeken naar de verhouding tussen:

  • loonkosten;
  • loonkostensubsidie;
  • bedrijfskosten;
  • bedrijfsopbrengsten;
  • netto toegevoegde waarde;
  • gemeentelijke bijdrage.

De Sectorinformatie 2025 laat zien dat de netto toegevoegde waarde in 2025 bij vrijwel alle werksoorten is gestegen. Bij intern werk nam de netto toegevoegde waarde met 9,4% toe en bij werken op locatie met 9,5%. Bij groepsdetachering bleef deze vrijwel gelijk. De grootste stijging was zichtbaar bij individuele detachering: 21,5% ten opzichte van 2024.

 

Inflatie verklaart een deel van deze stijging. Tegelijkertijd wijzen de cijfers erop dat ontwikkelbedrijven hogere opbrengsten uit hun werkzaamheden realiseren. Vooral individuele detachering valt daarbij op.

Operationeel resultaat

Het operationeel resultaat geeft inzicht in de verhouding tussen de opbrengsten uit werkzaamheden en de bedrijfskosten die nodig zijn om deze werkzaamheden te organiseren.

 

In het financiële model van de Cedris Sectorinformatie 2025 wordt het operationeel resultaat berekend vanuit de netto toegevoegde waarde minus de bedrijfskosten. De loonkosten worden daarbij afzonderlijk behandeld, omdat deze voor een belangrijk deel worden gefinancierd via loonkostensubsidie of de Rijksbijdrage Wsw.

 

De bedrijfskosten omvatten meer dan algemene overhead. Ook begeleiding op de werkvloer, werkplekaanpassingen, huisvesting, verzuim en het organiseren van passend werk spelen een rol.

 

In 2025 verbeterde het operationele resultaat van de sector. Bij LKS-bij werd het operationele resultaat positief. Bij Wsw en LKS-beschut bleef het operationele resultaat negatief, maar nam het tekort af.

 

Ook hier verschillen de resultaten per werksoort. Vooral individuele detachering ontwikkelde zich financieel gunstig doordat de opbrengsten sterker stegen dan de bedrijfskosten.

 

Voor ontwikkelbedrijven blijft inzicht in het operationele resultaat per werksoort belangrijk. Het helpt om een gezonde mix van werkzaamheden te organiseren zonder uitsluitend te sturen op financieel rendement. Sommige werksoorten zijn immers juist nodig vanwege begeleiding, ontwikkeling of het beschikbaar houden van passend werk.

Kostprijzen bij SROI

Kostprijzen zijn ook belangrijk bij SROI voor ontwikkelbedrijven.

 

Bij SROI zoeken opdrachtnemers naar een praktische manier om sociale waarde te realiseren. Ontwikkelbedrijven kunnen helpen door werkzaamheden uit te voeren, mensen te detacheren of sociale inkoop mogelijk te maken.

 

Maar ook bij SROI moet het tarief reëel zijn.

 

SROI is bedoeld om maatschappelijke waarde te creëren. Het mag niet leiden tot het structureel onder de kostprijs inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

 

Een goede SROI-invulling houdt daarom rekening met:

  • passend werk;
  • begeleiding;
  • loonwaarde;
  • loonkostensubsidie;
  • werksoort;
  • kosten van uitvoering;
  • kwaliteit;
  • duurzaamheid;
  • sociale waarde.

Een reële prijs maakt SROI sterker, niet zwakker.

Kostprijzen en offerte-indicatie

Voor opdrachtgevers en opdrachtnemers is het vaak belangrijk om snel een eerste beeld te krijgen van de mogelijke kosten.

 

Een ontwikkelbedrijf kan uiteindelijk een officiële offerte opstellen. Maar vooraf kan een indicatie helpen om te bepalen of een bepaalde opdracht, samenwerking of SROI-invulling haalbaar is.

 

Een offerte-indicatie kan inzicht geven in:

  • verwachte loonkosten;
  • functieniveau;
  • aantal uren;
  • sociale lasten;
  • indirecte kosten;
  • btw;
  • mogelijke bandbreedte;
  • verhouding tussen werksoort en tarief.

Een indicatie is geen officiële kostprijsberekening van een specifiek ontwikkelbedrijf. De werkelijke offerte hangt af van de regio, werksoort, begeleiding, cao, loonwaarde, lokale afspraken, productiviteit, overhead en overige kosten.

 

Toch kan een transparante indicatie helpen om gesprekken sneller en beter voorbereid te voeren.

Waarom verschillen tarieven per ontwikkelbedrijf?

Tarieven verschillen per ontwikkelbedrijf doordat organisaties andere keuzes maken in hun kostprijsberekening.

 

Verschillen kunnen ontstaan door:

  • andere cao of loonbasis;
  • andere loonwaarde;
  • andere werkgeverslasten;
  • andere productieve uren;
  • andere overheadtoerekening;
  • wel of niet meenemen van huisvesting;
  • andere begeleiding;
  • andere werksoorten;
  • andere gemeentelijke afspraken;
  • andere marges of risico-opslagen;
  • andere verhouding tussen intern werk en detachering;
  • andere mate van specialisatie.

Dat verklaart waarom dezelfde soort werkzaamheden bij verschillende ontwikkelbedrijven toch tot verschillende tarieven kunnen leiden.

 

Ook landelijke benchmarkcijfers mogen daarom niet rechtstreeks worden vertaald naar de kostprijs van één ontwikkelbedrijf. Sectorcijfers zijn gemiddelden. De werkelijke situatie verschilt onder andere door doelgroep, werksoorten, gemeentelijke opdracht, rechtsvorm, organisatie-inrichting en financiële verslaglegging.

De Sectorinformatie 2025 benadrukt daarom dat de landelijke financiële uitkomsten geschikt zijn om ontwikkelingen in de sector te duiden, maar niet om de kostprijs van een individuele medewerker of organisatie vast te stellen.

Concurrentie tussen ontwikkelbedrijven

Ontwikkelbedrijven kunnen elkaar soms onbedoeld beconcurreren. Dit speelt vooral bij intern productiewerk, omdat opdrachtgevers werk makkelijker landelijk kunnen uitzetten bij verschillende bedrijven.

 

Wanneer ontwikkelbedrijven verschillende kostprijsmethodieken hanteren, kan het gebeuren dat het ene bedrijf veel lagere tarieven aanbiedt dan het andere. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat het ene bedrijf efficiënter is. Het kan ook betekenen dat bepaalde kosten niet worden meegenomen.

 

Dat kan leiden tot:

  • prijsdruk;
  • onderwaardering van werk;
  • verliesgevende opdrachten;
  • spanning tussen bedrijven;
  • onzekerheid bij opdrachtgevers;
  • druk op gemeentelijke bijdragen.

Meer transparantie over kostprijsopbouw kan helpen om dit gesprek eerlijker te voeren.

Mag de sector gezamenlijke tarieven afspreken?

Nee, sectorbrede prijsafspraken zijn juridisch gevoelig en kunnen in strijd zijn met mededingingsregels.

Ontwikkelbedrijven kunnen dus niet zomaar gezamenlijk minimumtarieven of eindprijzen afspreken.

Wel kan het nuttig zijn om transparanter te zijn over kostensoorten en kostprijsbouwstenen. Denk aan uitleg over welke onderdelen relevant zijn bij een kostprijsberekening, zonder dat dit leidt tot gezamenlijke prijsafspraken.

 

Het verschil is belangrijk:

 

Niet wenselijk of mogelijk: gezamenlijke eindtarieven afspreken.
Wel nuttig: uitleg geven over kostprijsopbouw en welke kosten vaak een rol spelen.

 

Voor een platform als Ontwikkelbedrijven.nl is dit onderscheid belangrijk. Het platform kan bijdragen aan transparantie, uitleg en indicatieve berekening, maar stelt geen officiële tarieven vast namens ontwikkelbedrijven.

Reële tarieven en toekomstbestendige ontwikkelbedrijven

Reële tarieven zijn direct verbonden met de toekomst van ontwikkelbedrijven.

 

Als ontwikkelbedrijven structureel onder kostprijs werken, wordt het moeilijker om de sociale infrastructuur beschikbaar te houden. Dan ontstaat druk op gemeenten, begeleiding, werksoorten en bedrijfsvoering.

 

Als tarieven reëler worden, ontstaat meer ruimte voor:

  • betere begeleiding;
  • duurzame werkplekken;
  • innovatie;
  • financieel gezonde bedrijfsvoering;
  • eerlijke concurrentie;
  • betere samenwerking;
  • waardering van het werk;
  • behoud van expertise;
  • ontwikkeling van medewerkers.

Reële tarieven zijn dus niet alleen een financieel onderwerp. Ze raken de kern van de maatschappelijke opdracht.

De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur brengt ook nieuwe regionale samenwerkingsstructuren en middelen met zich mee. Via Werkcentra, Regionale Beraden en regionale meerjarenagenda’s wordt arbeidsmarktdienstverlening meer gezamenlijk georganiseerd.

 

Voor ontwikkelbedrijven is dit relevant, omdat zij als strategische partner kunnen bijdragen aan regionale dienstverlening voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. Tegelijkertijd vraagt dit om duidelijke afspraken over taken, bekostiging, dienstverlening en verantwoordelijkheden. Nieuwe samenwerking lost financieringsvraagstukken niet automatisch op; zij maakt goede bekostigingsafspraken juist belangrijker.

 

Financiering en beschut werk

Beschut werk is één van de belangrijkste onderdelen van de sociale infrastructuur. Het is bedoeld voor mensen die alleen kunnen werken met structurele begeleiding, ondersteuning of aanpassing.

 

Beschut werk vraagt vaak meer begeleiding en organisatie dan reguliere arbeid. Daardoor bestaat de financiering uit meerdere onderdelen, waaronder:

  • loon;
  • loonkostensubsidie;
  • begeleidingsmiddelen;
  • werkleiding;
  • infrastructuur;
  • gemeentelijke bijdragen;
  • rijksbijdragen;
  • opbrengsten uit werk.

Vanaf 2027 verandert de verdeelsleutel voor de Rijksbijdrage beschut werk. De middelen voor begeleiding en indirecte kosten worden dan meer verdeeld op basis van de actuele situatie in gemeenten. Daarbij wordt gekeken naar het aantal gerealiseerde beschutte werkplekken én het aantal inwoners met een positief advies beschut werk.

 

Daarmee wordt geleidelijk afscheid genomen van de oude verdeelsystematiek, die grotendeels was gebaseerd op historische ramingen uit 2014. De nieuwe verdeelsleutel wordt gedurende 2027 en 2028 gefaseerd ingevoerd. Vanaf 1 januari 2029 wordt de Rijksbijdrage volledig volgens de nieuwe verdeelsleutel verdeeld.

 

Daarnaast werkt het kabinet aan een vaste, forfaitaire loonkostensubsidie van 68% van het wettelijk minimumloon voor beschut werk. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028. De internetconsultatie van het wetsvoorstel is afgerond; voor daadwerkelijke invoering is nog een wetswijziging nodig.

 

Ook met deze aanpassingen blijft inzicht in de volledige kostprijs noodzakelijk. Loonkostensubsidie en Rijksbijdragen dekken niet automatisch alle kosten voor begeleiding, werkleiding, huisvesting, overhead, passend werkaanbod en organisatie.

 

De nieuwe verdeelsleutel wordt vanaf 2027 ingevoerd, met volledige overgang in 2029. De Kamerbrief noemt daarnaast €90,1 miljoen structureel voor de forfaitaire LKS en €36,7 miljoen extra middelen in 2026.

 

De financiële positie van beschut werk is in 2025 duidelijk verbeterd. In de Cedris Sectorinformatie 2025 daalde het gemiddelde tekort bij LKS-beschut van € 3.971 per fte in 2024 naar ongeveer € 471 per fte in 2025. De hogere begeleidingsmiddelen hebben hieraan bijgedragen.

 

Gemiddeld ontvangen de deelnemende ontwikkelbedrijven voor LKS-beschut € 14.823 per fte vanuit de integratie-uitkering en € 5.634 per fte aan gemeentelijke bijdragen. Samen bedraagt dit gemiddeld € 20.457 per fte, naast de loonkostensubsidie.

Financiering en Wsw

De Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-populatie neemt inmiddels snel af. Volgens de landelijke Wsw-statistiek waren eind 2025 nog 51.065 unieke personen onderdeel van het Wsw-werknemersbestand. Eind 2024 waren dat er 55.342. In één jaar nam het werknemersbestand daarmee met 4.277 personen af.

 

Ook uitgedrukt in arbeidsjaren is de afbouw duidelijk zichtbaar: van 49.034 arbeidsjaren eind 2024 naar 45.199 arbeidsjaren eind 2025.

 

De uitstroom bestaat voor een groot deel uit pensionering en ziekte. Daardoor is de afbouw van de Wsw vooral een demografische beweging en nauwelijks het gevolg van doorstroom naar reguliere arbeid.

 

Voor ontwikkelbedrijven betekent dit dat Wsw-financiering en Wsw-volume verder afnemen, terwijl infrastructuur, huisvesting, begeleiding en organisatie niet automatisch in hetzelfde tempo kunnen worden afgebouwd.

 

Financieel verbeterde de positie van de Wsw in 2025 wel. Binnen de Cedris-benchmark verbeterde het gemiddelde resultaat van € 1.337 negatief per fte in 2024 naar € 438 positief per fte in 2025. Dat neemt de structurele transitieopgave door de verdere afbouw van de Wsw echter niet weg.

Financiering en banenafspraak

Binnen de banenafspraak zijn verschillende vormen van ondersteuning mogelijk. Een deel van de medewerkers werkt rechtstreeks bij een reguliere werkgever. Een andere groep is in dienst bij een ontwikkelbedrijf of wordt vanuit het ontwikkelbedrijf gedetacheerd. Cedris duidt deze laatste groep in de Sectorinformatie 2025 aan als LKS-bij.

 

Juist voor LKS-bij blijkt de financiering een belangrijk knelpunt. Naast de loonkostensubsidie ontvangen ontwikkelbedrijven in de benchmark gemiddeld € 2.059 per fte vanuit de Rijksbijdrage sociale infrastructuur en € 6.078 per fte aan gemeentelijke bijdragen. Samen is dat gemiddeld € 8.137 per fte.

 

Tegelijkertijd maken ontwikkelbedrijven kosten voor begeleiding, ontwikkeling, bedrijfsvoering, passend werk en de werkgeversrol. In 2025 bedraagt het berekende gemiddelde financiële tekort voor LKS-bij ongeveer € 11.706 per fte.

 

Daarmee is LKS-bij binnen de Sectorinformatie 2025 financieel de meest kwetsbare van de onderzochte doelgroepen. Dit is relevant nu zowel het gebruik van loonkostensubsidie als de rol van ontwikkelbedrijven binnen de banenafspraak groeit.

 

Voor een toekomstbestendige uitvoering zijn daarom duidelijke afspraken nodig over de financiering van begeleiding, ontwikkeling, werkgeverschap en infrastructuur. Loonkostensubsidie alleen dekt deze kosten niet.

De rol van gemeenten als opdrachtgever

Gemeenten zijn vaak op meerdere manieren betrokken bij ontwikkelbedrijven.

 

Zij kunnen tegelijk zijn:

  • opdrachtgever;
  • financier;
  • eigenaar;
  • deelnemer in een gemeenschappelijke regeling;
  • uitvoerder van de Participatiewet;
  • verantwoordelijke voor beschut werk;
  • verstrekker van loonkostensubsidie;
  • inkoper van diensten;
  • beleidsmaker.

Dat maakt de relatie complex.

 

Als een gemeente een ontwikkelbedrijf inzet voor groen, schoonmaak of andere diensten, is een reëel tarief ook in het belang van de gemeente zelf. Een te laag tarief kan later terugkomen als exploitatietekort of extra gemeentelijke bijdrage.

 

Daarom is het belangrijk dat gemeenten zowel als opdrachtgever als beleidsverantwoordelijke kijken naar de werkelijke kosten.

De rol van opdrachtgevers

Ook andere opdrachtgevers hebben een rol.

 

Bedrijven, instellingen en opdrachtnemers die werk uitbesteden aan ontwikkelbedrijven, moeten begrijpen dat een ontwikkelbedrijf niet hetzelfde is als een reguliere goedkope uitvoerder.

 

Een ontwikkelbedrijf levert:

  • werk;
  • begeleiding;
  • sociale waarde;
  • participatie;
  • ontwikkelkansen;
  • maatschappelijke impact.

Een reëel tarief helpt om deze waarde zichtbaar te maken.

 

Dat betekent niet dat tarieven onbeperkt hoog moeten zijn. Het betekent wel dat tarieven uitlegbaar, transparant en duurzaam moeten zijn.

Transparantie als sleutel

Transparantie is de sleutel tot betere kostprijzen en financiering.

 

Wanneer duidelijk is welke kosten in een tarief zitten, kunnen gemeenten en opdrachtgevers beter begrijpen waarom een tarief nodig is.

 

Transparantie helpt bij:

  • vertrouwen;
  • onderhandeling;
  • samenwerking;
  • vergelijking;
  • verantwoording;
  • kostendekkend werken;
  • voorkomen van misverstanden;
  • versterken van de sector.

Een transparante kostprijsopbouw maakt duidelijk dat ontwikkelbedrijven niet zomaar “duur” zijn, maar dat zij een bredere maatschappelijke opdracht uitvoeren.

De rol van Ontwikkelbedrijven.nl

Ontwikkelbedrijven.nl maakt ontwikkelbedrijven in Nederland beter vindbaar en toegankelijk.

 

Bij financiering en kostprijzen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen officiële tarieven van ontwikkelbedrijven en een eerste indicatie voor opdrachtgevers of opdrachtnemers.

 

Ontwikkelbedrijven.nl stelt geen officiële tarieven vast namens ontwikkelbedrijven. Ook maakt het platform geen prijsafspraken tussen ontwikkelbedrijven.

 

Wat Ontwikkelbedrijven.nl wél doet, is helpen om kostprijsopbouw begrijpelijker te maken. Het platform biedt uitleg over begrippen zoals loonkostensubsidie, loonwaarde, sociale lasten, indirecte kosten, SROI, beschut werk en integrale kostprijs.

 

De offerte-indicatie op Ontwikkelbedrijven.nl is bedoeld als laagdrempelige eerste inschatting. Daarmee kunnen werkgevers en opdrachtnemers sneller beoordelen of samenwerking met een ontwikkelbedrijf of SROI-invulling haalbaar is.

 

De officiële offerte blijft altijd afhankelijk van het betreffende ontwikkelbedrijf, de werksoort, begeleiding, regio, cao, loonwaarde, productiviteit, lokale afspraken en overige kosten.

 

Ontwikkelbedrijven.nl helpt door:

  • ontwikkelbedrijven per provincie en gemeente overzichtelijk te maken;
  • uitleg te geven over financiering, kostprijzen en tarieven;
  • de verbinding te leggen tussen beleid en praktijk;
  • opdrachtgevers en opdrachtnemers te helpen bij het vinden van de juiste ingang;
  • een eerste offerte-indicatie laagdrempeliger te maken;
  • transparantie te bieden zonder officiële tarieven vast te stellen.

Het platform vervangt geen gemeenten, ontwikkelbedrijven, controllers, inkopers, Cedris, VNG, Divosa, PIANOo of andere sectorpartijen. Het biedt een aanvullende digitale toegangslaag om de sociale infrastructuur beter zichtbaar, begrijpelijk en bruikbaar te maken.

Conclusie

Financiering en kostprijzen zijn cruciaal voor de toekomst van ontwikkelbedrijven.

 

De nieuwste sectorcijfers laten tegelijkertijd zien dat het financiële beeld genuanceerder wordt. De financiële positie van de Wsw en beschut werk verbeterde in 2025 duidelijk, terwijl bij medewerkers uit de banenafspraak die in dienst zijn van of worden gedetacheerd door een ontwikkelbedrijf nog een groot financieringstekort bestaat. Toekomstbestendige financiering vraagt daarom niet alleen om voldoende middelen, maar ook om bekostiging die aansluit op de specifieke doelgroep, ondersteuningsbehoefte en rol van het ontwikkelbedrijf.

 

Ontwikkelbedrijven leveren maatschappelijke waarde, maar moeten ook financieel gezond kunnen werken. Daarvoor is inzicht nodig in de integrale kostprijs van werk, begeleiding en infrastructuur.

 

Een reëel tarief houdt rekening met loonwaarde, loonkostensubsidie, werkgeverslasten, begeleiding, overhead, huisvesting, productieve uren, risico en innovatie. Te lage tarieven kunnen leiden tot financiële tekorten, onderwaardering van werk en druk op de sociale infrastructuur.

 

Goede kostprijsberekening helpt ontwikkelbedrijven, gemeenten en opdrachtgevers om eerlijkere en duurzamere afspraken te maken.

 

Ontwikkelbedrijven.nl draagt hieraan bij door financiering en kostprijzen begrijpelijk uit te leggen en door een eerste offerte-indicatie toegankelijk te maken. Niet als officiële tariefstelling, maar als praktische start voor samenwerking, SROI en gesprek met het juiste ontwikkelbedrijf.

Zoekt u een ontwikkelbedrijf voor samenwerking, uitvoering of SROI-invulling?

Wilt u weten welk ontwikkelbedrijf actief is in uw gemeente, of zoekt u een praktische invulling voor SROI of samenwerking? Bekijk het overzicht per gemeente of vraag vrijblijvend een eerste offerte-indicatie aan.

Veel gestelde vragen

Wat is een kostprijs bij een ontwikkelbedrijf?

De kostprijs is het bedrag dat nodig is om werk, begeleiding of dienstverlening uit te voeren. Bij ontwikkelbedrijven bestaat die kostprijs vaak uit loonkosten, werkgeverslasten, begeleiding, overhead, huisvesting, materialen en andere bedrijfskosten.

 

Wat is een integrale kostprijs?

Een integrale kostprijs neemt alle relevante kosten mee. Dus niet alleen directe loonkosten, maar ook begeleiding, indirect personeel, overhead, ICT, huisvesting, algemene kosten en noodzakelijke ondersteuning.

 

Wat is een reëel tarief?

Een reëel tarief is een tarief dat recht doet aan de werkelijke kosten van het werk. Het dekt minimaal de integrale kostprijs en kan daarnaast ruimte bevatten voor risico, continuïteit en innovatie.

 

Waarom zijn tarieven van ontwikkelbedrijven soms verschillend?

Tarieven verschillen doordat ontwikkelbedrijven andere keuzes maken in loonbasis, loonwaarde, productieve uren, overhead, huisvesting, begeleiding, werksoorten en gemeentelijke afspraken.

 

Waarom zijn te lage tarieven een probleem?

Te lage tarieven kunnen leiden tot financiële tekorten, onderwaardering van het werk, oneerlijke concurrentie en extra gemeentelijke bijdragen. Op lange termijn kan dit de sociale infrastructuur verzwakken.

 

Wat is het verschil tussen kostprijs en tarief?

De kostprijs is wat het ontwikkelbedrijf werkelijk kwijt is. Het tarief is het bedrag dat aan de opdrachtgever wordt gevraagd.

 

Wat is het verschil tussen tarief en marktprijs?

Het tarief is de prijs die het ontwikkelbedrijf vraagt. De marktprijs is wat in de markt gebruikelijk of haalbaar is. Bij ontwikkelbedrijven moet daarnaast rekening worden gehouden met maatschappelijke waarde en begeleidingskosten.

 

Wat heeft loonkostensubsidie met kostprijs te maken?

Loonkostensubsidie compenseert het verschil tussen loonwaarde en wettelijk minimumloon. Daardoor dalen de effectieve loonkosten voor de werkgever, maar begeleiding en bedrijfskosten blijven bestaan.

 

Dekt loonkostensubsidie alle kosten?

Nee. Loonkostensubsidie compenseert vooral verminderde productiviteit. Kosten voor begeleiding, werkleiding, overhead, huisvesting en organisatie worden daarmee niet automatisch volledig gedekt.

 

Waarom is begeleiding onderdeel van de kostprijs?

Veel medewerkers hebben begeleiding nodig om het werk goed en duurzaam te kunnen uitvoeren. Zonder begeleiding kan een werkplek mislukken. Daarom hoort begeleiding bij een reële kostprijs.

 

Mag de sector gezamenlijke tarieven afspreken?

Gezamenlijke prijsafspraken zijn juridisch gevoelig en kunnen in strijd zijn met mededingingsregels. Wel kan transparantie over kostensoorten en kostprijsopbouw helpen om tarieven beter te begrijpen.

 

Is de offerte-indicatie van Ontwikkelbedrijven.nl een officiële offerte?

Nee. De offerte-indicatie is een eerste, vrijblijvende inschatting. De officiële offerte komt van het betreffende ontwikkelbedrijf en hangt af van de concrete opdracht, regio, werksoort, begeleiding en lokale afspraken.

 

Waarom is kostprijsberekening belangrijk voor SROI?

Bij SROI moet sociale waarde worden gerealiseerd. Dat werkt alleen duurzaam als werkzaamheden tegen een reëel tarief worden uitgevoerd en rekening wordt gehouden met begeleiding, loonwaarde en organisatiekosten.

 

Waarom staan ontwikkelbedrijven financieel onder druk?

Het financiële beeld verschilt per doelgroep. De sectorale financiële positie is in 2025 sterk verbeterd en bij Wsw en beschut werk namen tekorten af. Tegelijkertijd neemt de Wsw-populatie snel af en blijft bij LKS-bij een groot financieringsverschil bestaan voor begeleiding, ontwikkeling en bedrijfsvoering. Daarom blijven structurele en doelgroepgerichte bekostigingsafspraken belangrijk.

 

Bij welke doelgroep is het financieringstekort momenteel het grootst?

In de Cedris Sectorinformatie 2025 is het gemiddelde financiële tekort het grootst bij LKS-bij: medewerkers uit de banenafspraak die in dienst zijn van een ontwikkelbedrijf of vanuit het ontwikkelbedrijf worden gedetacheerd. Het gemiddelde tekort bedraagt ongeveer € 11.706 per fte. Dit is een sectorgemiddelde en geen kostprijs voor een individuele medewerker of organisatie.

 

Waarom zijn reële tarieven belangrijk?

Reële tarieven zijn belangrijk omdat ontwikkelbedrijven anders structureel onder kostprijs kunnen werken. Dat zet de financiële houdbaarheid van werkplekken, begeleiding en sociale infrastructuur onder druk.

 

Waarom zijn scenario’s belangrijk bij financiering van ontwikkelbedrijven?

Scenario’s helpen gemeenten en ontwikkelbedrijven om te zien wat verschillende keuzes betekenen voor kosten, opbrengsten, doelgroepen en maatschappelijke resultaten. Zonder scenario’s blijven financiële keuzes vaak te abstract.

 

Wat wordt bedoeld met maatschappelijke kosten en baten van werk?

Een maatschappelijke kosten-batenbenadering kijkt niet alleen naar de kosten binnen het ontwikkelbedrijf, maar ook naar bredere effecten voor inwoners en samenleving. Onderzoeken naar werk binnen de sociale infrastructuur ramen de brede maatschappelijke baten op ongeveer € 2.000 tot € 5.000 per persoon per jaar. Deze baten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door minder gebruik van zorg en maatschappelijke ondersteuning en door meer participatie. De precieze effecten verschillen per doelgroep en situatie.

 

Hoe verandert de financiering van beschut werk vanaf 2027?

Vanaf 2027 wordt de Rijksbijdrage voor begeleiding en indirecte kosten van beschut werk geleidelijk anders verdeeld. Daarbij wordt gekeken naar gerealiseerde beschutte werkplekken en het aantal inwoners met een positief advies beschut werk. Vanaf 1 januari 2029 geldt de nieuwe verdeelsleutel volledig.

 

Hoe vind ik een ontwikkelbedrijf voor een offerte?

Via Ontwikkelbedrijven.nl kunt u zoeken per provincie, gemeente of organisatie. U kunt ook een eerste offerte-indicatie aanvragen om de mogelijkheden te verkennen.

 

Disclaimer
Ontwikkelbedrijven.nl is een onafhankelijk informatie- en kennisplatform. Informatie kan wijzigen en is, tenzij anders vermeld, informatief of indicatief; raadpleeg bij besluiten altijd de actuele bron of verantwoordelijke organisatie. Betaalde dienstverlening en samenwerkingen worden herkenbaar onderscheiden van onafhankelijke publieke informatie en geven geen invloed op feiten, rangschikking of onafhankelijke conclusies.

 

© 2026 Ontwikkelbedrijven B.V. · Alle rechten voorbehouden. · KvK 42178525 · Alphen aan den Rijn

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.