Dossier – Ontwikkelbedrijven.nl

Dossier: Toekomst van ontwikkelbedrijven

 

Toekomst van ontwikkelbedrijven

Ontwikkelbedrijven staan voor een grote opgave. De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt steeds sneller kleiner, terwijl nieuwe doelgroepen beschut werk en banenafspraak vanuit de Participatiewet groeien en de behoefte aan passend werk, begeleiding en ontwikkeling groot blijft. Tegelijkertijd verandert de rol van ontwikkelbedrijven: van organisaties die historisch sterk rond de Wsw waren georganiseerd naar bredere partners voor werk, ontwikkeling, re-integratie en werkgevers.

 

Eind 2025 waren landelijk nog 51.065 Wsw-werknemers geregistreerd, ruim 4.200 minder dan een jaar eerder. Tegelijkertijd groeit het aantal mensen dat werkt met loonkostensubsidie en beschut werk. Daarmee veranderen zowel de doelgroep als de maatschappelijke opdracht van ontwikkelbedrijven.

 

In de praktijk worden verschillende benamingen gebruikt, waaronder sociaal ontwikkelbedrijven, werkontwikkelbedrijven, werkbedrijven en participatiebedrijven. Ontwikkelbedrijven.nl gebruikt bewust de term ontwikkelbedrijven als overkoepelende aanduiding voor organisaties die mensen ondersteunen bij werk, participatie en ontwikkeling.

 

De toekomst van ontwikkelbedrijven gaat daarom niet alleen over de toekomst van afzonderlijke organisaties. Het gaat over de bredere vraag hoe Nederland een toekomstbestendige sociale infrastructuur organiseert waarin mensen die ondersteuning nodig hebben duurzaam kunnen werken, leren en zich ontwikkelen.

Waarom dit dossier?

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 is het landschap rond sociale werkplaatsen, werkbedrijven en ontwikkelbedrijven sterk veranderd. De Wsw werd afgesloten voor nieuwe instroom. Gemeenten kregen meer verantwoordelijkheid. Nieuwe instrumenten zoals beschut werk, loonkostensubsidie en de banenafspraak kregen een grotere rol.

 

De gedachte achter de Participatiewet was dat meer mensen, met ondersteuning, bij reguliere werkgevers aan het werk zouden kunnen. Dat blijft een belangrijk uitgangspunt. Maar de praktijk laat ook zien dat regulier werk niet voor iedereen direct haalbaar is. Sommige mensen hebben tijdelijk of langdurig behoefte aan een beschutte werkomgeving, intensieve begeleiding, aangepaste werkzaamheden of een veilige plek om zich te ontwikkelen.

 

Daarom is de vraag naar de toekomst van ontwikkelbedrijven opnieuw actueel geworden.

 

Het Rijk, gemeenten, VNG, Cedris, Divosa en sociaal ontwikkelbedrijven werken aan versterking van de sociale infrastructuur. Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld, handreikingen opgesteld en ondersteuningsprogramma’s ingericht om gemeenten en ontwikkelbedrijven te helpen bij de noodzakelijke transformatie.

 

Dit dossier legt uit waarom die ontwikkeling belangrijk is, welke opgaven er liggen en welke rol ontwikkelbedrijven in de komende jaren kunnen vervullen.

De toekomst van werkontwikkelbedrijven

Wie zoekt naar de toekomst van werkontwikkelbedrijven, komt terecht bij dezelfde bredere transformatie die op Ontwikkelbedrijven.nl wordt beschreven als de toekomst van ontwikkelbedrijven.

 

Werkontwikkelbedrijven staan voor vraagstukken rond de afbouw van de Wsw, de groei en organisatie van beschut werk, veranderende doelgroepen binnen de Participatiewet, financiering, werkgeverssamenwerking en de inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur.

 

De benaming verschilt per organisatie en regio. Sommige organisaties noemen zichzelf werkontwikkelbedrijf, andere sociaal ontwikkelbedrijf, werkbedrijf of ontwikkelbedrijf. Ontwikkelbedrijven.nl kiest daarom voor ontwikkelbedrijven als overkoepelende term.

 

De centrale toekomstvraag blijft ongeacht de naam hetzelfde: welke maatschappelijke infrastructuur is nodig om mensen die ondersteuning nodig hebben duurzaam toegang te geven tot werk, ontwikkeling en participatie?

Van sociale werkplaats naar ontwikkelbedrijf

Voor 2015 hadden veel gemeenten een sociale werkplaats of sociale werkvoorziening. Mensen met een Wsw-indicatie konden daar werken onder aangepaste omstandigheden. Deze bedrijven hadden een duidelijke wettelijke basis in de Wet sociale werkvoorziening.

 

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 veranderde dit. De Wsw werd afgesloten voor nieuwe instroom. Mensen die al een Wsw-indicatie hadden, behouden hun rechten, maar nieuwe doelgroepen vallen sindsdien onder de Participatiewet.

 

Daardoor veranderde ook de rol van de voormalige sociale werkplaatsen. Veel organisaties ontwikkelden zich verder tot sociaal ontwikkelbedrijf, werkontwikkelbedrijf, werkbedrijf, leerwerkbedrijf of participatiebedrijf.

 

De naam verschilt per regio, maar de kern blijft vergelijkbaar: ontwikkelbedrijven helpen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om passend mee te doen via werk, begeleiding en ontwikkeling.

Waarom deze transitie nodig is

De Participatiewet was bedoeld om meer mensen met ondersteuning bij reguliere werkgevers aan het werk te helpen. Voor veel mensen is dat ook haalbaar, mits er goede begeleiding, passende werkzaamheden en voldoende werkgeversbetrokkenheid is.

 

Maar er is ook een groep mensen voor wie de stap naar regulier werk nog te groot is. Dat kan tijdelijk zijn, bijvoorbeeld omdat iemand eerst werknemersvaardigheden moet ontwikkelen. Het kan ook langdurig zijn, bijvoorbeeld omdat iemand structureel veel begeleiding of aanpassing nodig heeft.

 

Juist voor deze groep blijven ontwikkelbedrijven belangrijk. Zij kunnen functioneren als:

  • vangnet voor mensen voor wie regulier werk nog niet of tijdelijk niet haalbaar is;
  • springplank voor mensen die met begeleiding kunnen doorgroeien naar regulier werk;
  • ontwikkelhuis waar mensen werkritme, zelfvertrouwen en vaardigheden opbouwen;
  • expertisecentrum voor gemeenten en werkgevers rond werk, begeleiding, loonwaarde en participatie.

De transitie gaat dus niet alleen over het behoud van bestaande organisaties. Het gaat vooral over de vraag welke infrastructuur nodig is om mensen duurzaam naar werk, ontwikkeling en participatie te begeleiden.

Een veranderde sociale infrastructuur

Sinds de invoering van de Participatiewet hebben gemeenten meer verantwoordelijkheid gekregen voor de inrichting van ondersteuning, werk en participatie. Daardoor zijn lokaal en regionaal verschillende keuzes gemaakt.

 

In de praktijk bestaan er meerdere organisatiemodellen. Sommige ontwikkelbedrijven richten zich vooral op de uitvoering van de Wsw. Andere bedrijven voeren beschut werk uit. Weer andere organisaties zijn geïntegreerd met re-integratie, werkgeversdienstverlening, inburgering of zelfs de gemeentelijke afdeling Werk en Inkomen.

 

Dat verklaart waarom het landschap van ontwikkelbedrijven in Nederland zo verschillend is geworden. Die verschillen kunnen lokaal goed verklaarbaar zijn, maar maken het voor werkgevers, inwoners en andere betrokkenen niet altijd eenvoudig om snel te zien waar zij terechtkunnen.

 

Ontwikkelbedrijven.nl wil die praktijk overzichtelijker maken. Niet door bestaande organisaties te vervangen, maar door de sociale infrastructuur beter vindbaar, begrijpelijk en toegankelijk te maken.

Vijf typen ontwikkelbedrijven

Niet ieder ontwikkelbedrijf heeft dezelfde opdracht. In onderzoek en sectorinformatie worden vijf hoofdtypen onderscheiden. Deze indeling helpt om beter te begrijpen waarom ontwikkelbedrijven per regio verschillen.

 

1. Klassiek ontwikkelbedrijf

Een klassiek ontwikkelbedrijf voert hoofdzakelijk of alleen nog de Wsw uit. De organisatie richt zich vooral op mensen die vóór 2015 al een Wsw-indicatie hadden. Omdat er geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk is, neemt deze groep geleidelijk af.

 

2. Bedrijf voor beschut werk

Een bedrijf voor beschut werk voert naast de Wsw vooral beschut werk uit. Andere re-integratietaken zijn beperkt of niet aanwezig. De nadruk ligt op passende werkplekken voor mensen die veel begeleiding of aanpassing nodig hebben.

 

3. Partieel ontwikkelbedrijf

Een partieel ontwikkelbedrijf voert naast Wsw en beschut werk ook andere re-integratietaken uit. De aard en omvang daarvan verschillen per gemeente of regio. Vaak is het ontwikkelbedrijf één van de uitvoerders binnen de bredere sociale infrastructuur.

 

4. Integraal ontwikkelbedrijf

Een integraal ontwikkelbedrijf voert alle werk- en re-integratietaken uit voor de deelnemende gemeente of gemeenten. Denk aan Wsw, beschut werk, loonkostensubsidie, begeleiding, detachering en ondersteuning richting regulier werk. De uitkeringsverstrekking is dan meestal nog apart georganiseerd.

 

5. Gecombineerd bedrijf

Een gecombineerd bedrijf brengt werk, re-integratie en inkomen samen in één organisatie. Dit type voert niet alleen de werk- en ontwikkeltaken uit, maar verzorgt ook de inkomensondersteuning voor mensen met een bijstandsuitkering.

 

Deze vijf typen laten zien dat er geen universeel model bestaat. De vorm van een ontwikkelbedrijf hangt af van lokale keuzes, gemeentelijke opdracht, regionale samenwerking, financiering en de visie op de sociale infrastructuur.

 

Deze vijf typen laten zien dat er geen universeel model bestaat. De vorm van een ontwikkelbedrijf hangt af van lokale keuzes, gemeentelijke opdracht, regionale samenwerking, financiering en de visie op de sociale infrastructuur.

 

De Sectorinformatie 2025 laat ook zien hoe deze modellen in de praktijk verdeeld zijn. Van de 75 deelnemende organisaties valt iets meer dan 5% onder het klassieke ontwikkelbedrijf of het bedrijf voor beschut werk. Bijna 45% typeert zichzelf als partieel ontwikkelbedrijf, ongeveer 30% als integraal ontwikkelbedrijf en circa 20% als gecombineerd bedrijf.

 

Ook deze indeling staat niet stil. Van de 61 organisaties die drie jaar achtereen aan de benchmark deelnamen, bleef 74% binnen hetzelfde organisatietype. 26% veranderde van type. Dat onderstreept dat de transformatie van ontwikkelbedrijven niet alleen een beleidsdiscussie is, maar daadwerkelijk zichtbaar is in de inrichting van organisaties.

 

Tegelijkertijd waarschuwt de Sectorinformatie ervoor dat een organisatietype niet altijd volledig laat zien wat een organisatie feitelijk doet. Vooral binnen de groep partiële ontwikkelbedrijven verschilt de omvang van de dienstverlening sterk.

De opgave voor de komende jaren

De komende jaren draait de toekomst van ontwikkelbedrijven om een aantal grote vragen.

 

1. Wat is de rol van het ontwikkelbedrijf?

Gemeenten moeten bepalen welke rol het ontwikkelbedrijf heeft binnen de bredere sociale infrastructuur. Is het vooral een uitvoerder van Wsw en beschut werk? Is het een breed werk- en ontwikkelbedrijf? Is het onderdeel van Werk en Inkomen? Of werkt het als partner naast andere uitvoeringsorganisaties?

 

Zonder duidelijke opdracht ontstaat onzekerheid. Voor gemeenten, voor het ontwikkelbedrijf, voor werkgevers en voor de mensen die ondersteuning nodig hebben.

 

2. Hoe blijft de werkinfrastructuur beschikbaar?

De Wsw-doelgroep neemt snel af. Eind 2025 waren nog 51.065 Wsw-werknemers geregistreerd, tegenover 55.342 eind 2024. Het aantal arbeidsjaren daalde in dezelfde periode van 49.034 naar 45.199.

 

De uitstroom bestaat bovendien voor een groot deel uit pensionering en ziekte. In 2025 ging 55% van de uitstroom naar (vervroegd) pensioen en 26% naar een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Slechts een klein deel stroomde door naar reguliere arbeid.

 

Voor ontwikkelbedrijven betekent dit dat de bestaande Wsw-basis sneller kleiner wordt, terwijl gebouwen, begeleiding, werksoorten, opdrachtgevers en organisatiekosten niet automatisch in hetzelfde tempo verdwijnen.

 

Tegelijkertijd groeien nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet. De uitdaging is daarom niet alleen om bestaande infrastructuur af te bouwen, maar vooral om die tijdig geschikt te maken voor nieuwe vormen van werk, ontwikkeling, beschut werk, detachering en werkgeversdienstverlening.

 

3. Hoe worden ontwikkelbedrijven financieel gezond?

Ontwikkelbedrijven hebben een maatschappelijke opdracht, maar moeten ook financieel verantwoord kunnen werken. Begeleiding, ontwikkeling, huisvesting, werkleiding, staf, werkgeversdienstverlening en ondersteuning kosten geld. Tegelijkertijd leveren medewerkers via productie, dienstverlening en detachering economische en maatschappelijke waarde op.

 

Een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf moet daarom sturen op een gezonde balans tussen maatschappelijke waarde, passende begeleiding, bedrijfsopbrengsten en kosten. Financiële gezondheid is geen doel op zichzelf, maar wel een voorwaarde om de sociale infrastructuur beschikbaar te houden.

 

De Sectorinformatie 2025 laat zien dat de financiële positie van de sector sterk kan veranderen wanneer bedrijfsresultaten en publieke financiering verbeteren. Het gezamenlijke berekende tekort daalde van ongeveer € 140 miljoen in 2024 naar € 50,5 miljoen in 2025.

 

Dat gemiddelde vertelt echter niet het hele verhaal. Bij de Wsw verbeterde het gemiddelde resultaat naar € 438 positief per fte en bij LKS-beschut daalde het tekort naar ongeveer € 471 per fte. Bij LKS-bij bleef daarentegen een gemiddeld tekort bestaan van ongeveer € 11.706 per fte.

 

Toekomstbestendige financiering vraagt daarom niet om één generieke oplossing. De bekostiging moet aansluiten bij de doelgroep, benodigde begeleiding, werkgeversrol, werkvorm en maatschappelijke opdracht van het ontwikkelbedrijf.

 

Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de exploitatie van het ontwikkelbedrijf te kijken. Onderzoeken naar werk binnen de sociale infrastructuur laten ook bredere maatschappelijke baten zien, bijvoorbeeld door minder gebruik van zorg en maatschappelijke ondersteuning en een hogere kwaliteit van leven.

 

In de voortgangsbrief van juli 2026 worden deze brede maatschappelijke baten samengevat op ongeveer € 2.000 tot € 5.000 per persoon per jaar. Deze opbrengsten komen niet altijd terecht bij dezelfde partij die de investering doet. Een deel kan bijvoorbeeld neerslaan bij het Rijk of zorgverzekeraars.

 

Een toekomstbestendige financiële benadering vraagt daarom om zowel inzicht in de directe exploitatie als in de bredere maatschappelijke kosten en baten van werk.

 

4. Hoe blijft ontwikkeling centraal staan?

Een ontwikkelbedrijf is meer dan een plek waar werk wordt uitgevoerd. Het is ook een omgeving waar mensen kunnen groeien. Dat kan gaan om werknemersvaardigheden, vakvaardigheden, werkritme, zelfvertrouwen, belastbaarheid of doorgroei naar een andere werkplek.

 

Voor sommige mensen is uitstroom naar regulier werk haalbaar. Voor anderen is beschut of aangepast werk juist de passende eindplek. Een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf biedt ruimte voor beide.

 

De praktijkcijfers laten zien dat deze ontwikkelfunctie inmiddels substantieel is. In 2025 voerden ontwikkelbedrijven ongeveer 33.000 ontwikkeltrajecten uit. Daarmee wordt ontwikkeling steeds zichtbaarder als zelfstandige functie naast het aanbieden en organiseren van werk.

 

Tegelijkertijd verandert de doelgroep van deze trajecten. Mensen met een minder complexe ondersteuningsvraag vinden in een krappe arbeidsmarkt vaker zelfstandig werk. Ontwikkeltrajecten worden daardoor juist belangrijker voor mensen die meer begeleiding nodig hebben om stappen richting werk en zelfstandigheid te zetten.

 

5. Hoe werken gemeenten, werkgevers en ontwikkelbedrijven samen?

De toekomst van ontwikkelbedrijven hangt niet alleen af van beleid of financiering. Samenwerking is minstens zo belangrijk.

 

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Werkgevers hebben werk, opdrachten en mogelijkheden voor plaatsing. Ontwikkelbedrijven hebben kennis van begeleiding, werksoorten, loonwaarde, belastbaarheid en ontwikkeling.

 

Wanneer die partijen elkaar goed vinden, ontstaat een sterke sociale infrastructuur. Wanneer die verbinding ontbreekt, blijven kansen liggen.

Beschut werk als belangrijke bouwsteen

Beschut werk is bedoeld voor mensen die structurele begeleiding of aanpassing nodig hebben om te kunnen werken. Ontwikkelbedrijven spelen een grote rol in de uitvoering hiervan.

 

Eind 2025 werkten naar schatting ongeveer 12.000 mensen via LKS-beschut. Daarvan werden circa 9.800 mensen begeleid door ontwikkelbedrijven. Daarmee waren ontwikkelbedrijven betrokken bij ongeveer 82% van deze werkplekken.

 

Beschut werk vindt bovendien niet uitsluitend binnen het ontwikkelbedrijf plaats. In 2025 werkte ongeveer 57% intern, 19% op locatie, 17% via detachering en 6% rechtstreeks bij een externe werkgever.

 

Tegelijkertijd blijft het aanbod achter bij de behoefte. Naar schatting hadden eind 2025 ongeveer 5.600 mensen met een positief advies beschut werk nog geen werkplek.

 

De opgave voor de komende jaren gaat daarom niet alleen over méér beschutte werkplekken. Ook voldoende begeleiding, verschillende werkvormen, samenwerking met werkgevers en structurele financiering zijn nodig.

Meerjarig beleidslijn

De Kamerbrieven over sociaal ontwikkelbedrijven, beschut werk en sociale infrastructuur laten zien dat ontwikkelbedrijven opnieuw nadrukkelijk op de landelijke beleidsagenda staan.

 

De kern van deze beleidslijn is duidelijk: sociaal ontwikkelbedrijven zijn belangrijk voor mensen die niet, of niet zonder meer, bij reguliere werkgevers kunnen werken. Tegelijkertijd moeten ontwikkelbedrijven zich blijven ontwikkelen van klassieke Wsw-uitvoerders naar bredere organisaties binnen de Participatiewet en arbeidsmarkt.

 

Daarbij gaat het niet alleen om behoud van bestaande werkplekken. Het gaat om een toekomstbestendige infrastructuur die mensen kan opvangen, ontwikkelen en waar mogelijk begeleiden naar regulier werk.

Van impuls naar structurele sociale infrastructuur

De beleidsontwikkeling laat zien dat versterking van ontwikkelbedrijven geen tijdelijke actie is, maar een structurele opgave. Er is aandacht voor beschut werk, de afbouw van de Wsw, de financiële druk op ontwikkelbedrijven, de rol van gemeenten, de Banenafspraak en de noodzaak van betere regionale samenwerking.

 

Daarbij worden middelen beschikbaar gesteld, handreikingen ontwikkeld en ondersteuningsprogramma’s ingezet om gemeenten en ontwikkelbedrijven te helpen bij het maken van toekomstbestendige keuzes.

 

De centrale vraag is niet of ontwikkelbedrijven nodig blijven, maar hoe zij het best kunnen worden ingericht binnen de sociale infrastructuur van de toekomst.

Simpel Switchen binnen de participatieketen

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt niet alleen om voldoende werkplekken, goede financiering en sterke ontwikkelbedrijven. Het vraagt ook om soepele overgangen tussen verschillende vormen van participatie en werk.

 

Het programma Simpel Switchen richt zich op het wegnemen van drempels tussen uitkering, dagbesteding, beschut werk, de Banenafspraak en regulier werk. Mensen moeten veilig ontwikkelstappen kunnen zetten, zonder direct inkomen, rechten of ondersteuning kwijt te raken als een stap niet lukt.

 

Voor ontwikkelbedrijven is dit belangrijk. Zij staan vaak precies op de overgang tussen ondersteuning en werk. Daardoor kunnen zij een praktische rol spelen bij het begeleiden van mensen naar een volgende stap, maar ook bij het opvangen van terugval.

Ontwikkelbedrijf als tussenstation, vangnet en springplank

Simpel Switchen past goed bij de bredere ontwikkeling van ontwikkelbedrijven. Een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf is niet alleen een plek waar mensen werken, maar ook een organisatie die beweging mogelijk maakt.

 

Voor sommige mensen is het ontwikkelbedrijf een veilige werkplek voor langere tijd. Voor anderen is het een tussenstation richting detachering, de Banenafspraak of regulier werk. En voor weer anderen is het een plek om terug te vallen als een stap naar buiten tijdelijk niet lukt.

 

Daarmee vervult het ontwikkelbedrijf meerdere functies tegelijk: vangnet, springplank, ontwikkelhuis en partner voor werkgevers. Juist die combinatie maakt ontwikkelbedrijven belangrijk binnen een sociale infrastructuur waarin mensen zich stap voor stap kunnen ontwikkelen.

Loonkostensubsidie en loonwaarde

Loonkostensubsidie is een steeds belangrijker instrument binnen de Participatiewet. Eind 2025 werkten landelijk ongeveer 47.300 mensen met loonkostensubsidie. Ontwikkelbedrijven begeleidden hiervan circa 26.700 mensen, ongeveer 56% van het totaal.

 

De hoogte van de loonkostensubsidie hangt samen met de loonwaarde van de medewerker. Binnen de Sectorinformatie 2025 bedroeg de gemiddelde gemeten loonwaarde ongeveer 55% bij LKS-banenafspraak en 43% bij LKS-beschut.

 

Dit zijn gemiddelden en geen wettelijke grenzen. De individuele loonwaarde kan aanzienlijk verschillen en zegt bovendien niet alles over de benodigde begeleiding of passende werkvorm.

 

Voor beschut werk wordt gewerkt aan een forfaitaire systematiek waarmee de individuele loonwaardemeting voor deze doelgroep moet worden vervangen. Totdat de benodigde regelgeving in werking treedt, blijft de huidige systematiek van toepassing.

 

De groei van loonkostensubsidie laat zien dat de Participatiewet-doelgroepen een steeds groter onderdeel vormen van de toekomstige opdracht van ontwikkelbedrijven.

Impulsbudget en rijksbijdrage sociale infrastructuur

Voor de transitie naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur zijn zowel tijdelijke als structurele middelen beschikbaar.

 

Het Impulsbudget sociale infrastructuur loopt van 2025 tot en met 2034. In 2025 was hiervoor landelijk € 35 miljoen beschikbaar. Het jaarlijkse bedrag loopt geleidelijk terug tot € 19,8 miljoen in 2034. In totaal is voor deze periode ongeveer € 289,7 miljoen gereserveerd.

 

Het impulsbudget is bedoeld voor verandering en doorontwikkeling, bijvoorbeeld verbetering van bedrijfsvoering, nieuwe werk- en ontwikkelvormen, samenwerking en versterking van de doorstroomfunctie. Het is niet bedoeld om bestaande exploitatietekorten structureel te financieren.

 

Daarnaast bestaat sinds 2025 de Rijksbijdrage sociale infrastructuur. Deze structurele bijdrage ondersteunt werk- en ontwikkelplekken voor mensen uit de doelgroep Banenafspraak die nog niet rechtstreeks bij een externe werkgever aan het werk kunnen. De bijdrage ondersteunt vooral de bedrijfs- en overheadkosten van deze infrastructuur.

 

Het onderscheid is belangrijk: tijdelijk geld kan helpen om de transitie mogelijk te maken, maar een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt ook om herkenbare en structurele financiering en meerjarige afspraken tussen gemeenten en ontwikkelbedrijven.

Hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur

De toekomst van ontwikkelbedrijven hangt niet alleen samen met de Participatiewet en de afbouw van de Wsw, maar ook met de bredere hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur.

 

Het kabinet werkt aan een stelsel waarin werkzoekenden, werkenden en werkgevers eenvoudiger toegang krijgen tot ondersteuning rond werk, scholing, ontwikkeling en personeelsvraagstukken. In elke arbeidsmarktregio komt daarvoor een Werkcentrum.

 

Voor ontwikkelbedrijven is dit relevant. Zij zijn onderdeel van de regionale infrastructuur rond werk en participatie. Hun kennis van doelgroepen, begeleiding, detachering, beschut werk en werkgeversdienstverlening kan bijdragen aan betere arbeidsmarktdienstverlening voor mensen met een kwetsbare positie.

 

De hervorming bevestigt daarmee dat ontwikkelbedrijven niet losstaan van de arbeidsmarkt. Zij zijn juist een belangrijke schakel tussen sociaal domein, werkgevers en regionale arbeidsmarkt.

Ontwikkelbedrijven als strategische regionale partner

In de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur werken partijen regionaal samen via onder meer het Werkcentrum en het Regionaal Beraad. Gemeenten, UWV, onderwijs, SBB, werkgevers- en werknemersorganisaties vormen daarin de kern. Daarnaast kunnen strategische partners aansluiten.

 

Sociaal ontwikkelbedrijven zijn daarbij belangrijke partners. Zij beschikken over praktische kennis van mensen met een arbeidsbeperking, beschut werk, Banenafspraak, loonkostensubsidie, begeleiding en passend werk.

 

Voor een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf betekent dit dat de positie in de regio steeds belangrijker wordt. Het ontwikkelbedrijf moet zichtbaar zijn in de regionale samenwerking, aansluiten bij werkgeversvragen en bijdragen aan de gezamenlijke opgave om meer mensen duurzaam aan passend werk te helpen.

 

Ontwikkelbedrijven.nl sluit hierop aan door ontwikkelbedrijven landelijk beter vindbaar te maken en de verbinding tussen beleid, regio en praktijk inzichtelijker te maken.

Spoorboekje voor de sociale infrastructuur

De actuele beweging rond toekomstbestendige sociale infrastructuur legt steeds meer nadruk op een gestructureerd veranderproces. Het Spoorboekje beschrijft zo’n route: eerst begrijpen waar de regio staat, daarna richting bepalen, keuzes maken, organiseren, uitvoeren en blijven leren.

 

Voor ontwikkelbedrijven is dit belangrijk. Hun toekomst wordt niet alleen bepaald door wetgeving of financiering, maar ook door de vraag welke rol zij krijgen in de lokale en regionale sociale infrastructuur. Dat vraagt om een gedeelde visie van gemeenten, ontwikkelbedrijven en partners.

Ontwikkelbedrijf als middel binnen de maatschappelijke opgave

Een belangrijk uitgangspunt binnen de ontwikkeling van de sociale infrastructuur is dat het ontwikkelbedrijf geen doel op zichzelf is. De maatschappelijke opgave staat centraal: inwoners moeten passend kunnen werken, zich kunnen ontwikkelen en waar mogelijk stappen kunnen zetten richting regulier werk.

 

Dat betekent dat gemeenten en regio’s eerst moeten bepalen welke inwoners ondersteuning nodig hebben en welke functies daarvoor beschikbaar moeten zijn. Pas daarna volgt de vraag welke rol het ontwikkelbedrijf, de gemeente, werkgevers, onderwijs en andere partners daarin vervullen.

 

Deze benadering betekent niet dat bestaande ontwikkelbedrijven minder belangrijk worden. Hun kennis, werkplekken, begeleiding en werkgeversnetwerken vormen juist een waardevolle basis. Wel moeten organisatie, dienstverlening en werkinfrastructuur blijven aansluiten op de veranderende doelgroep en maatschappelijke opdracht.

Startfoto en regionale keuzes

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur begint met een startfoto: een scherp beeld van de huidige situatie. Welke inwoners worden goed bereikt? Welke groepen vallen buiten beeld? Welke voorzieningen bestaan al? Waar is overlap, versnippering of gebrek aan capaciteit?

 

Op basis daarvan kunnen gemeenten en regio’s keuzes maken. Bijvoorbeeld over beschut werk, Banenafspraak, detachering, werkgeversdienstverlening, inburgering, arbeidsmatige dagbesteding, jongeren uit praktijkonderwijs en VSO, of mensen zonder indicatie maar met begeleidingsbehoefte.

Van plannen naar uitvoering

Veel regio’s hebben inmiddels een visie, strategische agenda of toekomstplan voor hun sociale infrastructuur. De volgende stap is de vertaling naar concrete uitvoering, bestuurlijke besluitvorming, governance, financiering en bedrijfsvoering.

 

De Sectorinformatie 2025 bevestigt dat deze transitie inmiddels ook organisatorisch zichtbaar is. Van de 75 deelnemende organisaties voeren 33 een deel van de werk- en re-integratietaken voor gemeenten uit, 22 alle werk- en re-integratietaken en 16 combineren deze taken bovendien met inkomensondersteuning.

 

Ontwikkelbedrijven ontwikkelen zich daarmee in veel regio’s tot bredere uitvoerings- en ontwikkelpartners binnen het sociaal domein en de arbeidsmarktinfrastructuur. Tegelijkertijd blijven de regionale verschillen groot. Dat bevestigt opnieuw dat er geen standaardmodel bestaat dat overal kan worden toegepast.

 

Die stap wordt urgenter doordat de uitstroom uit de Wsw sneller verloopt dan eerder werd voorzien. Veel ontwikkelbedrijven zijn financieel, organisatorisch en in hun werkportfolio nog gedeeltelijk afhankelijk van de bestaande Wsw-populatie. Naarmate deze groep sneller afneemt, wordt de tijd om keuzes te maken over nieuwe doelgroepen, werksoorten, ontwikkelfuncties en werkgeversdienstverlening korter.

 

De landelijke voortgang laat bovendien zien dat regio’s zich in verschillende fasen bevinden. In sommige regio’s wordt al gewerkt aan implementatie, terwijl elders nog bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt. Er bestaat daarbij geen standaardoplossing: de gewenste inrichting hangt af van lokale doelgroepen, bestaande infrastructuur, samenwerking en bestuurlijke keuzes.

 

Voor ontwikkelbedrijven betekent toekomstbestendigheid daarom meer dan het formuleren van een visie. Er zijn duidelijke afspraken nodig over taken, doelgroepen, bekostiging, resultaten, werkgeverssamenwerking en monitoring. Uitstel kan ertoe leiden dat noodzakelijke keuzes later moeilijker en financieel ingrijpender worden.

 

Dit sluit direct aan op de nieuwe Kamerbrief, waarin de minister expliciet waarschuwt dat uitstel keuzes later moeilijker en duurder kan maken.

Gratis toekomstbestendigheidsscan voor ontwikkelbedrijven

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt om meer dan een visie. Gemeenten en ontwikkelbedrijven moeten ook kunnen beoordelen waar zij nu staan, welke onderdelen sterk zijn en waar bestuurlijke, organisatorische of financiële kwetsbaarheden bestaan.

 

Ontwikkelbedrijven.nl heeft daarom een gratis Excel-instrument ontwikkeld waarmee gemeenten en ontwikkelbedrijven hun huidige situatie systematisch kunnen onderzoeken. De scan bestaat uit vijftig inhoudelijk getoetste stellingen, verdeeld over tien samenhangende dimensies.

 

De scan geeft geen keurmerk en bepaalt niet of een organisatie wel of niet toekomstbestendig is. De uitkomst is een indicatief maturity-profiel dat bedoeld is als startpunt voor gesprek, scenario-ontwikkeling en een concrete verbeteragenda.

Excelbestand voor Microsoft 365. Sla vóór gebruik een eigen werkkopie op. 

De scan is een ondersteunend hulpmiddel en geen vervanging van financieel, juridisch of organisatiekundig advies.

Wat brengt de scan in beeld?

De toekomstbestendigheidsscan onderzoekt tien onderdelen:

  1. maatschappelijke opdracht;
  2. startfoto en doelgroepontwikkeling;
  3. strategische positionering;
  4. dienstverlening en klantreis;
  5. werkinfrastructuur en portfolio;
  6. werkgeverspartnerschap;
  7. financiën en businesscase;
  8. governance en samenwerking;
  9. organisatorische randvoorwaarden;
  10. transitie en monitoring.

De werkmap bevat naast de zelfscan een automatisch dashboard, een multicriteria-analyse voor toekomstscenario’s, een financiële quickscan, een actieplan en twee prompts voor Copilot in Excel. Daarmee kan de gebruiker een managementsamenvatting en drie mogelijke toekomstscenario’s laten uitwerken op basis van de ingevulde gegevens.

De uitkomsten blijven afhankelijk van de kwaliteit van de invoer en onderbouwing. Daarom vraagt de scan niet alleen om scores, maar ook om bewijskracht, toelichting en lokale gegevens.

 

Download:

Toekomstbestendigheidsscan ontwikkelbedrijven

 

Breng sterke punten, kwetsbaarheden en ontwikkelopgaven van uw organisatie in beeld. De scan is bedoeld voor ontwikkelbedrijven, gemeenten en samenwerkingsverbanden die hun toekomstige positie binnen de sociale infrastructuur willen onderzoeken.

 

In de werkmap:

  • 50 stellingen verdeeld over 10 dimensies;
  • automatisch dashboard;
  • scenariovergelijking;
  • financiële quickscan;
  • actieplan;
  • Copilot-analyse voor managementsamenvatting en scenario’s.

 

Excelbestand voor Microsoft 365. Sla vóór gebruik een eigen werkkopie op. 

De scan is een ondersteunend hulpmiddel en geen vervanging van financieel, juridisch of organisatiekundig advies.

Handreikingen voor gemeenten en ontwikkelbedrijven

Binnen het programma Toekomstbestendige Sociale Infrastructuur zijn vier praktische handreikingen beschikbaar rond financiering, bekostiging, bedrijfsvoering en organisatiemodellen. Daarnaast bestaat het ondersteuningsprogramma uit adviseurs, een innovatiehub en een lerend netwerk waarin gemeenten en ontwikkelbedrijven kennis en ervaringen kunnen delen.

 

De ondersteuning laat zien dat de transitie inmiddels verschuift van alleen visieontwikkeling naar daadwerkelijke organisatie, bedrijfsvoering, financiering en uitvoering.

 

De vier hoofdthema’s zijn:

  1. Budgetten Participatiewet en Wsw
    Uitleg over de verschillende rijksmiddelen, gemeentelijke budgetten en financiële stromen.
  2. Bekostigingsafspraken
    Handvatten voor afspraken tussen gemeenten en ontwikkelbedrijven over dienstverlening, kostprijzen en bijdragen.
  3. Organisatiemodellen
    Inzicht in verschillende vormen waarin ontwikkelbedrijven kunnen worden georganiseerd.
  4. Operationeel resultaat
    Sturing op opbrengsten, kosten, werksoorten, productiviteit en financiële gezondheid.

Deze handreikingen laten zien dat toekomstbestendigheid niet één maatregel is, maar een combinatie van visie, organisatie, financiering, uitvoering en samenwerking.

Ontwikkelbedrijven en inburgering

Sommige ontwikkelbedrijven hebben ook taken rond inburgering, participatie en arbeidsmarktoriëntatie gekregen. Dat verschilt per gemeente.

 

De Wet inburgering 2021 legt nadruk op taal, participatie en meedoen in de Nederlandse samenleving, bij voorkeur via betaald werk. Gemeenten hebben hierin een centrale rol. Omdat ontwikkelbedrijven veel kennis hebben van werk, begeleiding en ontwikkeling, kunnen zij logisch betrokken zijn bij onderdelen zoals:

 

  • arbeidsmarktoriëntatie;
  • participatieactiviteiten;
  • werkervaring;
  • taal in combinatie met werk;
  • activering;
  • begeleiding richting betaald werk.

Ook dit laat zien dat de rol van ontwikkelbedrijven lokaal kan verschillen. Sommige organisaties zijn vooral gericht op Wsw en beschut werk. Andere organisaties zijn breder onderdeel van het sociaal domein.

Ontwikkelbedrijven en SROI

Ook bij SROI, Social Return on Investment, spelen ontwikkelbedrijven een belangrijke rol. Opdrachtnemers die bij aanbestedingen een sociale verplichting hebben, zoeken vaak naar praktische manieren om die verplichting goed in te vullen.

 

Ontwikkelbedrijven kunnen hierbij helpen door werkzaamheden uit te voeren, mensen te detacheren, productie- of inpakwerk te verzorgen, groenvoorziening of facilitaire diensten te leveren, of kandidaten te begeleiden richting werk.

 

SROI werkt vooral goed wanneer beleid en uitvoering elkaar vinden. Ontwikkelbedrijven.nl helpt daarbij door ontwikkelbedrijven beter vindbaar te maken per provincie, gemeente en regio.

Waarom landelijke vindbaarheid belangrijk is

Een sterke sociale infrastructuur vraagt niet alleen om beleid, geld en organisaties. Zij moet ook toegankelijk zijn.

 

Werkgevers, opdrachtnemers, gemeenten, inwoners en verwijzers moeten kunnen vinden welk ontwikkelbedrijf actief is in welke regio. Door de verschillende namen, organisatiemodellen en regionale afspraken is dat niet altijd eenvoudig.

 

Daarom is digitale vindbaarheid óók onderdeel van een toekomstbestendige sociale infrastructuur.

 

Ontwikkelbedrijven.nl brengt ontwikkelbedrijven landelijk in beeld en maakt het eenvoudiger om per provincie, gemeente of organisatie de juiste ingang te vinden.

Verbreding doelgroep Banenafspraak

De voorgenomen verbreding van de doelgroep Banenafspraak laat zien dat de groep mensen die ondersteuning nodig heeft richting werk breder wordt bekeken. Niet alleen mensen onder de Participatiewet, maar mogelijk ook mensen in de WW, WIA en Wajong kunnen in de toekomst via loonkostensubsidie en de Banenafspraak beter worden ondersteund richting werk.

 

Voor ontwikkelbedrijven bevestigt dit hun bredere rol binnen de sociale en arbeidsmarktinfrastructuur. Zij kunnen niet alleen beschut werk organiseren, maar ook mensen met verminderde loonwaarde begeleiden richting werkgevers.

De rol van Ontwikkelbedrijven.nl

Ontwikkelbedrijven.nl is een onafhankelijk platform dat ontwikkelbedrijven in Nederland beter vindbaar en toegankelijk maakt.

 

Het platform is niet bedoeld als vervanging van gemeenten, Cedris, VNG, Divosa, SBCM, PIANOo of andere sectorpartijen. Het is bedoeld als aanvullende digitale toegangslaag bovenop de bestaande sociale infrastructuur.

 

Wij brengen overzicht, uitleg en praktische toegang samen:

  • overzicht van ontwikkelbedrijven per provincie en gemeente;
  • uitleg over sociale werkplaatsen, ontwikkelbedrijven en de Participatiewet;
  • informatie over beschut werk, loonkostensubsidie, SROI en ontwikkelbanen;
  • uitleg over de toekomst van de sociale infrastructuur;
  • praktische ondersteuning voor werkgevers en opdrachtnemers;
  • een centrale ingang om samenwerking of een offerte-indicatie te verkennen.

Zo helpt Ontwikkelbedrijven.nl om de bestaande sociale infrastructuur beter zichtbaar, begrijpelijk en bruikbaar te maken.

Conclusie

De toekomst van ontwikkelbedrijven is inmiddels meer dan een beleidsdiscussie. De transformatie is zichtbaar in de doelgroepen, organisatievormen, financiering en dagelijkse dienstverlening van ontwikkelbedrijven.

 

De Wsw neemt snel af, terwijl beschut werk en loonkostensubsidie groeien. Tegelijkertijd voerden ontwikkelbedrijven in 2025 circa 33.000 ontwikkeltrajecten uit en begeleidden zij volgens de Sectorinformatie ongeveer 112.300 mensen naar of in werk.

 

Ook organisatorisch verandert de sector. Het klassieke model vormt inmiddels maar een klein deel van het landschap. De meeste ontwikkelbedrijven voeren bredere taken uit rond werk, ontwikkeling en re-integratie en een deel combineert dit ook met inkomen.

 

Financieel is het beeld eveneens in beweging. Het gezamenlijke berekende tekort van de sector nam in 2025 sterk af, maar de verschillen tussen doelgroepen blijven groot. Vooral de financiering van begeleiding en ontwikkeling voor medewerkers uit de Banenafspraak die bij of via een ontwikkelbedrijf werken blijft een belangrijk vraagstuk.

 

Daarmee bestaat er geen eenvoudige blauwdruk voor het ontwikkelbedrijf van de toekomst. De passende inrichting hangt af van de regionale doelgroep, maatschappelijke opdracht, werkgevers, bestaande infrastructuur, governance en financiering.

 

Een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf moet daarom meer kunnen dan werk aanbieden. Het moet mensen kunnen opvangen, ontwikkelen, begeleiden en verbinden met werkgevers, met ruimte voor zowel duurzame beschutte arbeid als stappen richting regulier werk.

 

De centrale vraag is uiteindelijk niet hoe het ontwikkelbedrijf van vroeger behouden blijft, maar welke functies nodig zijn om mensen ook in de toekomst duurzaam toegang te geven tot werk en ontwikkeling — en hoe ontwikkelbedrijven daarin het best kunnen worden ingezet.

Zoekt u een ontwikkelbedrijf voor samenwerking, uitvoering of SROI-invulling?

Wilt u weten welk ontwikkelbedrijf actief is in uw gemeente, of zoekt u een praktische invulling voor SROI of samenwerking? Bekijk het overzicht per gemeente of vraag vrijblijvend een eerste offerte-indicatie aan.

Veel gestelde vragen

Wat is een ontwikkelbedrijf?

Een ontwikkelbedrijf is een organisatie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunt met werk, begeleiding en ontwikkeling. Veel ontwikkelbedrijven komen voort uit de voormalige sociale werkplaatsen.

 

Waarom zijn ontwikkelbedrijven belangrijk?

Ontwikkelbedrijven bieden passende werkplekken, begeleiding en ontwikkelkansen aan mensen die niet vanzelf aan het werk komen. Zij vormen een belangrijke schakel tussen gemeenten, werkgevers en inwoners.

 

Bestaat de sociale werkplaats nog?

De Wsw is sinds 2015 afgesloten voor nieuwe instroom. Mensen die al een Wsw-indicatie hadden, behouden hun rechten. Veel voormalige sociale werkplaatsen zijn doorontwikkeld tot sociaal ontwikkelbedrijf, werkbedrijf of ontwikkelbedrijf.

 

Wat betekent sociale infrastructuur?

Sociale infrastructuur is het geheel van organisaties, voorzieningen en afspraken dat nodig is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen richting werk, ontwikkeling en participatie.

 

Wat is de toekomst van werkontwikkelbedrijven?

De toekomst van werkontwikkelbedrijven draait om de overgang van de traditionele sociale werkvoorziening naar een bredere infrastructuur voor werk, ontwikkeling en participatie. Belangrijke vraagstukken zijn de afbouw van de Wsw, beschut werk, financiering, werkgeverssamenwerking, governance en de rol van ontwikkelbedrijven binnen een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Ontwikkelbedrijven.nl gebruikt de term ontwikkelbedrijven als overkoepelende benaming voor de verschillende organisatievormen die hierbij betrokken zijn.

 

Wat betekent toekomstbestendig ontwikkelbedrijf?

Een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf is een organisatie die aansluit op de huidige en toekomstige ondersteuningsbehoefte van inwoners. Het gaat niet alleen om het behouden van bestaande werkplekken, maar om een sociale infrastructuur die mensen helpt bij werk, ontwikkeling en participatie.

 

Bestaat er één ideaal model voor een ontwikkelbedrijf?

Nee. Er bestaat geen universeel model voor een toekomstbestendig ontwikkelbedrijf. De passende vorm hangt af van de gemeente, regio, doelgroepen, werkgevers, bestaande infrastructuur, financiering en lokale beleidskeuzes.

 

Wat is het Spoorboekje voor sociale infrastructuur?

Het Spoorboekje is een praktische route om te werken aan een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Het helpt gemeenten en ontwikkelbedrijven om eerst de huidige situatie te begrijpen, daarna richting te bepalen, keuzes te maken, te organiseren en vervolgens uit te voeren en te leren.

 

Wat is een startfoto van de sociale infrastructuur?

Een startfoto is een gezamenlijk beeld van de huidige situatie in een gemeente of regio. Daarbij wordt gekeken naar doelgroepen, bestaande voorzieningen, werkplekken, begeleiding, samenwerking, financiering en knelpunten. Zo wordt duidelijk waar de sociale infrastructuur goed werkt en waar versterking nodig is.

 

Waarom staat de inwoner centraal bij de toekomst van ontwikkelbedrijven?

De toekomst van ontwikkelbedrijven begint niet bij de organisatie zelf, maar bij de vraag welke ondersteuning inwoners nodig hebben. Pas daarna kan worden bepaald welke rol het ontwikkelbedrijf, de gemeente, werkgevers, onderwijs en andere partners moeten spelen.

 

Waarom is het ontwikkelbedrijf een middel en geen doel op zichzelf?

Een ontwikkelbedrijf is bedoeld om maatschappelijke doelen te ondersteunen: werk, participatie, ontwikkeling, bestaanszekerheid en inclusie. Het behoud van een organisatie is daarom niet het einddoel. De vraag is welke functies nodig zijn om inwoners passend te ondersteunen.

 

Welke rol hebben gemeenten bij de toekomst van ontwikkelbedrijven?

Gemeenten bepalen lokaal en regionaal welke sociale infrastructuur nodig is. Zij maken keuzes over doelgroepen, taken, bekostiging, samenwerking en de rol van het ontwikkelbedrijf. Een duidelijke gemeentelijke visie is daarom belangrijk.

 

Waarom zijn werkgevers belangrijk voor toekomstbestendige ontwikkelbedrijven?

Werkgevers zijn nodig om mensen kansen te bieden op werk, detachering, werkervaring en doorstroom. De toekomst van ontwikkelbedrijven hangt daarom ook af van duurzame samenwerking met werkgevers en niet alleen van gemeentelijke financiering.

 

Waarom is onderwijs belangrijk in de sociale infrastructuur?

Voor jongeren uit bijvoorbeeld praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs is de overgang van school naar werk kwetsbaar. Ontwikkelbedrijven kunnen een rol spelen bij werkervaring, begeleiding, werknemersvaardigheden en een soepele overgang naar werk.

 

Wat is de relatie tussen beschut werk en de toekomst van ontwikkelbedrijven?

Beschut werk blijft een belangrijk onderdeel van de sociale infrastructuur. Tegelijkertijd is beschut werk niet de enige taak van ontwikkelbedrijven. Veel ontwikkelbedrijven combineren beschut werk met detachering, Banenafspraak, re-integratie, SROI en werkgeversdienstverlening.

 

Waarom is financiering belangrijk voor de toekomst van ontwikkelbedrijven?

Een toekomstbestendige sociale infrastructuur vraagt om duidelijke financiële afspraken. Ontwikkelbedrijven hebben kosten voor begeleiding, werkleiding, huisvesting, overhead en ontwikkeling. Tegelijkertijd levert passend werk ook bredere maatschappelijke baten op. Daarom moet niet alleen naar de exploitatie van het ontwikkelbedrijf worden gekeken, maar ook naar de maatschappelijke waarde die werk en begeleiding opleveren.

 

Waarom is de toekomst van ontwikkelbedrijven actueel?

De toekomst van ontwikkelbedrijven is actueel door de versnellende afbouw van de Wsw, de groei van beschut werk, nieuwe doelgroepen, veranderingen in financiering, werkgeverssamenwerking en de noodzaak om plannen voor een toekomstbestendige sociale infrastructuur daadwerkelijk uit te voeren.

 

Wat is de rol van Ontwikkelbedrijven.nl bij deze ontwikkeling?

Ontwikkelbedrijven.nl volgt de landelijke ontwikkelingen rond sociale infrastructuur vanuit het perspectief van ontwikkelbedrijven. Het platform maakt begrippen, wetten, instrumenten en organisaties begrijpelijk en helpt werkgevers, gemeenten en opdrachtnemers om ontwikkelbedrijven beter te vinden.

 

Wat heeft SROI met ontwikkelbedrijven te maken?

Bij SROI zoeken opdrachtnemers naar manieren om sociale waarde te realiseren. Ontwikkelbedrijven kunnen daarbij helpen door werkzaamheden uit te voeren, mensen te detacheren of passende werkplekken te organiseren.

 

Blijven ontwikkelbedrijven nodig?

Ja. De behoefte aan passende werkplekken, begeleiding en ontwikkeling blijft bestaan. De rol van ontwikkelbedrijven verandert, maar hun functie binnen de sociale infrastructuur blijft belangrijk.

Disclaimer
Ontwikkelbedrijven.nl is een onafhankelijk informatie- en kennisplatform. Informatie kan wijzigen en is, tenzij anders vermeld, informatief of indicatief; raadpleeg bij besluiten altijd de actuele bron of verantwoordelijke organisatie. Betaalde dienstverlening en samenwerkingen worden herkenbaar onderscheiden van onafhankelijke publieke informatie en geven geen invloed op feiten, rangschikking of onafhankelijke conclusies.

 

© 2026 Ontwikkelbedrijven B.V. · Alle rechten voorbehouden. · KvK 42178525 · Alphen aan den Rijn

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.